Level 9 Level 11
Level 10

General 3


500 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
de pas
the place, step, mountain pass, passport, fit [not de stap, de plek, de locatie]
uitbreken
to break out (e.g. a virus, a prisoner)
volstrekt
absolute, complete, absolutely, positively, completely [not absoluut, heel, alleszins, volop, totaal, helemaal, compleet, vol- op/ledig/maakt/doende/waardig/komen/wassen/uit]
aanzetten
to encourage, urge, incite, stress, start, switch on [not aanmoedigen]
de groente
the vegetable
de/het koper
1) de: the buyer 2) het: the copper, Cu
het motief
the motive, motif
opleiden
to train, coach, bring up, educate, lead up [not trainen]
de revolutie
the revolution
beëindigen
to terminate, end, finish, conclude [not eindigen, terechtkomen, landen, belanden, afmaken, afwerken, afronden, voltooien, opmaken, klaarmaken]
het kwaad
the evil
de schilder
the painter
verstoppen
to hide, make hidden, clog [not verbergen, verschuilen (zich), schuilen]
voorop
ahead, at the front, first, foremost [not voorover]
afzetten
1) to turn off, switch off 2) to drop off 3) to scam, cheat 4) take off [not uitzetten, uitschakelen]
belasten
to tax, charge (e.g. tax), overload, burden, encumber
het diploma
the diploma
de herhaling
the repetition, repeat, rerun [not de repetitie]
onderuit
out from underneath, sprawled
samenstellen
to compose, put together, compile, form [not samenvatten]
schetsen
to sketch, describe with words
verhinderen
to prevent, hinder [not tegenhouden, beletten, hinderen, stoppen, ophouden]
bitter
bitter (having an acrid taste)
de boerderij
the farm
de officier
the officer
overgaan
to move up, turn into, pass, end, heal [not overslaan]
ertoe
to it, until it, up to it [not naar, om, tegemoet]
de missie
the mission, task [not de klus, de taak, de opgave, de opdracht, het werk, de job]
vervallen
to decline, reject, worsen, decay, rot, recede, pull away, expire [not verdwijnen, wijken, verwerpen, afkeuren, afwijzen, afdoen]
buitengewoon
exceptional, extraordinary, extraordinarily, extremely, very [not uitzonderlijk, uitermate, uiterst, waanzinnig, verschrikkelijk, extreem, enorm, keihard]
de dank
the thanks, gratitude, token of recognition, reward
het hoofdstuk
the chapter
opgaan
to go up, ascend, hold true, blend in, merge
terugtrekken
to withdraw, pull back, retreat [not onttrekken]
balen
to be fed up with, be annoyed, act up [not vervelen]
desnoods
if necessary, if need be
kwetsbaar
vulnerable
de onzekerheid
the uncertainty, insecurity
de proef
the test, experiment [not de test, de toets]
de uitkering
the payment, benefit, subsidy [not de betaling, de rente, de premie, de uitgave]
het wiel
the wheel
het individu
the individual
de stress
the stress
groots
grand, ambitious, grandiose
de lezing
the lecture, reading [not het college]
stilstaan
to stand still, come to rest, stagnate [not de s...]
het toilet
the toilet, men's room, ladies' room [not de wc]
de verzameling
the collection, set [not de collectie]
vorderen
1) to claim, demand 2) to progress, advance, bring forward [not beweren, opeisen, eisen]
het experiment
the experiment
de gezondheidszorg
the healthcare
opvoeren
1) to increase, soup up 2) to stage, perform [not toenemen, oplopen, stijgen, verhogen, opvoeden, verhogen]
het pakket
the packet, kit, package, bundle
de pil
the pill, oval-shaped drug, ball-shaped object, electric battery
het ritme
the rhythm, beat
uitschakelen
to eliminate, disable, switch off, turn off [not afzetten]
de vergoeding
the compensation [not de schadevergoeding]
de pen
the pen, pin
de reiziger
the traveller, voyager
het salaris
the salary
kwetsen
to hurt, wound, offend, insult
meer
more, anymore, any longer [not meerder]
fundamenteel
fundamental
geestelijk
mental, spiritual, spiritually, mentally [not mentaal]
de oma
the grandma, granny [not de grootmoeder]
de storm
the storm (strong wind), assault, storming
vanochtend
this morning [not vanmorgen]
de verzekering
the insurance, assurance
de appel
the apple
bereikbaar
reachable, achievable, attainable
de chaos
the chaos, disorder
het gezag
the authority [not de autoriteit, de bevoegdheid]
onderschatten
to underestimate
zielig
pathetic, sad, pitiful [not krankzinnig, jammer, verdrietig, triest, treurig]
desondanks
nevertheless, despite that [not nochtans, niettemin, evenwel, toch]
de plicht
the duty, obligation [not de dienst]
de betaling
the payment [not de uitkering, de rente, de uitgave, de premie]
plukken
to pick, pluck [not uitkiezen]
vervoeren
to transport, move [not afvoeren]
beïnvloeden
to influence, manipulate, interact [not manipuleren, bewerken, beschikken]
doorlopen
to keep on walking, go through [not bijhouden, doorgaan]
duurzaam
durable, sustainable
het fruit
the fruit [not de vrucht]
de hobby
the hobby, leisure activity [not het gedoe, de bezigheid, de activiteit, de werkzaamheid, het bedrijf, de actie]
de kapitein
the captain
de luxe
the luxury
uitrusten
1) to rest 2) to equip
de werkzaamheid
the activity, operation, efficacy, efficaciousness, diligence [not de hobby, het gedoe, de bezigheid, de activiteit, het bedrijf, de actie, de operatie, de ingreep]
de wortel
the carrot, root
intrekken
to retract, revoke, withdraw, march in
paars
purple
bizar
bizarre, strange [not raar vreemd, merkwaardig, wonderlijk, zot, vaag]
citeren
to quote, cite
voorafgaan
to precede
de aansluiting
the connection, junction, liaison, relation [not de connectie, de verbinding]
betrouwbaar
reliable, trustworthy [not degelijk, vertrouwd]
het net
the net, mesh [not het netwerk]
verstoren
to disturb [not storen]
de waarschuwing
the warning
de arbeid
the labour, work (also labor as in childbirth) [not de bevalling, het werk, de klus, de job, de baan, de werkgelegenheid]
bestemmen
to intend, destine [not bedoelen]
de frustratie
the frustration
tegenhouden
to prevent, stop, inhibit, hold back, keep at bay, arrest [not verhinderen, beletten, hinderen, stoppen, ophouden]
de administratie
the administration, administration, back-office, records, accounts
evolueren
to evolve, develop in stages
nadrukkelijk
emphatic, emphatically
vet
fat, greasy [not het v...]
vloeien
to flow [not stromen]
de duivel
the devil
herkenbaar
recognizable
de verf
the paint
financieren
to finance
de suggestie
the suggestion, proposal
de greep
the grab, grasp, clutches, fascination, obsession
het tarief
the rate, tariff [not de koers]
de uitkomst
the result, convenience [not het resultaat, de uitslag]
het kleinkind
the grandchild [not het kleintje, de puber, de kleuter, het kind, de jongen]
de ontdekking
the discovery [not de vondst]
vergen
to require, demand, ask, inquire, offer, grant [not vereisen]
de bezetting
1) the occupation 2) the cast
de leugen
the lie (untruth)
psychologisch
psychological [not psychisch]
jarig
having one's birthday, celebrating a birthday
nagenoeg
almost, virtually, practically [not bijna, haast, vrijwel, zowat]
waardevol
valuable, worthful [not kostbaar, waard, waardig, duur]
de kelder
the basement, cellar
optimaal
optimal, perfect [not perfect, ideaal, volmaakt, best]
opvoeden
to raise, bring up [not heffen, hijsen, tillen, lichten, opheffen, opvoeren]
het accent
1) the accent 2) the emphasis
doorgeven
to pass on, relay (a message) [not overdragen, overbrengen, overgeven, overhandigen]
de formule
the formula
de handicap
the handicap, disability, disadvantage
de/het jacht
1) de: the hunt, hunting 2) het: the yacht (boat)
de laag
the layer [not de deken]
de moordenaar
the murderer, killer
de passie
the passion
de som
the sum [not het geheel]
het getal
the number [not het nummer, het aantal, het tal, het telefoonnummer]
klikken
to click, fall into place mentally (as in: "the penny drops")
naarmate
as, to the extent that [not zoals, zoal]
onderbrengen
to accommodate, lodge, categorize [not logeren]
de opvang
the care, caretaking, taking in [not de verzorging, de zorg]
de trek
the appetite, journey, migration, air current [not de goesting]
inhoudelijk
substantive, substantively (concerning content) [not omtrent]
onthullen
to reveal, uncover
de overgang
the transition
de voorziening
the facility, amenity, provision, supply [not de aanleg]
de snelweg
the motorway, freeway
de discipline
the discipline, self-control, regime forcing compliance, branch
particulier
private [not privé]
slopen
to demolish
uitrekenen
to calculate, compute [not berekenen]
de enkel
the ankle, talus
de filosofie
the philosophy
oranje
orange
het part
the part [not het deel, het onderdeel, de brok, het stuk, de flard, het fragment]
steevast
invariably, fixed, not changing; always, regularly, even [not regelmatig, regulier, geregeld, gewoon, altijd, constant, steeds]
het verschijnsel
the phenomenon [not het fenomeen, de verschijning]
verstrekken
to procure, provide [not voorzien, verschaffen]
bevoegd
competent, qualified
smaken
to taste, taste good [not proeven, testen, keuren, toetsen]
verbranden
to burn, consumed by fire [not branden]
voorgaan
to lead, go first, precede [not (ge)leiden]
de illusie
the illusion
de neiging
the tendency, inclination
de stal
the stable, stall
de verlichting
the lighting, illumination, alleviation
wijken
to make way, yield, recede, disappear [not verdwijnen, vervallen, wegvallen]
de hoofdredacteur
the editor-in-chief
volhouden
to continue, persevere [not onderhouden, handhaven, bijhouden]
de wacht
the watch, guard, guard-post [not de hoede]
zakelijk
business, businesslike, to the point, succinct, objective, impersonal [not het b..., de z..., de f...]
afzonderlijk
separate [not apart]
de ondersteuning
the support [not de steun, de hulp]
de toespraak
the speech [not de rede, de spraak]
waarnemen
to observe, perceive, notice, sense, (temporarily) be acting [not observeren, signaleren, opmerken, merken]
de goedkeuring
the approval
installeren
to install
het tijdstip
the (point of/in) time, moment in time, time of day [not het tijdperk, het ogenblik, het moment, de poos]
analyseren
to analyse
afwijken
to deviate, differ, go away, leave
de gids
the guide
laden
to load (cargo, weapons, electricity)
opruimen
to tidy up, clean, get in order, clear away [not schoonmaken, r..., poetsen]
de opstand
the rebellion, insurrection, insurgency
het uitgangspunt
the starting point, standpoint
het vocht
1) the moisture, dampness 2) the liquid
het bevel
the command, order [de/het order, de beschikking, de bestelling]
bloeien
to bloom, blossom, flourish, prosper, grow, develop [not groeien, uitgroeien, opgroeien, kweken, toenemen, verhogen]
de docent
the teacher, lecturer, docent [not de leraar, de onderwijzer, de leerkracht]
de dreiging
the threat [not de bedreiging]
het gedoe
the hassle, ado, doing, activity [not de hobby, de bezigheid, de activiteit, de werkzaamheid, het bedrijf, de actie]
de lente
the spring (season) [not het voorjaar, de ver]
het minimum
the minimum, smallest amount, lowest limit
de beloning
the reward
compenseren
to compensate [not vergoeden, betalen, afrekenen]
datzelfde
that same, the aforementioned [not eender, evenveel, een-/de-/het-/zelfde]
de dichter
the poet
de noot
1) the (musical) note, brief remark, commentary 2) the nut [not de aantekening, de nota]
het paleis
the palace
de priester
the priest, clergyman [de pastoor, de dominee]
de vluchteling
the refugee
de bladzijde
the page [not de pagina, het blad]
de grootte
the size [not de maat, de omvang]
de kaas
the cheese
de kleuter
the infant, very young kid [not het kleintje, het kind, de puber, de jongen, het kleinkind, de baby]
de mentaliteit
the mentality, mindset
ondergronds
underground
onwaarschijnlijk
unlikely
de uitnodiging
the invitation, solicitation
het verwijt
the reproach, accusation [not de beschuldigung]
de weerstand
the resistance, electrical resistance, resistor [not het verzet]
afmaken
to finish, kill, finish off [not afwerken, voltooien, afronden, beëindigen, eindigen, opmaken, klaarmaken]
de/het afval
the waste, rubbish, garbage, trash, dropping out (of a race etc.) [not de rotzooi, de rommel, de troep]
huwen
to marry, wed [not trouwen]
omtrent
about, concerning [not zowat, omstreeks, erom, inhoudelijk]
verwerpen
to reject [not afwijzen, afkeuren, vervallen, afdoen]
de interpretatie
the interpretation, one's own explanation [not de invulling]
de lading
the load, cargo, charge, tension [not de last]
de redenering
the reasoning [not het argument, het betoog, het debat]
stoer
tough, cool, firm, robust, sturdy; cool! nice!
de tram
the tram, tramway, streetcar
versieren
to decorate, seduce
de buurman
the (male) neighbour [not de buur, de buurvrouw]
intelligent
intelligent, bright, smart
het kapitaal
the capital (money), fortune, capital letter [not de hoofdstad]
het lawaai
the noise, racket
objectief
objective, impartial
de rel
the riot
de zonde
the sin (offence against moral), shame, pity [not het medelijden]
de affaire
the affair, scandal, case, love affair
begrijpelijk
reasonable, fitting, proper, quite
biologisch
biological, organic
communistisch
communist, related to Communism [not de c...]
het dagblad
the daily newspaper [not de krant, het journaal]
de flat
the flat, apartment, tower block (residential building) [not het appartement]
de kogel
the bullet, projectile, sphere
de schande
the shame, disgrace [not de schaamte]
frustreren
to frustrate
opletten
to pay attention
de persoonlijkheid
the personality [not de personaliteit]
het traject
the route, trajectory [not de route, het parcours, de loop]
de bioscoop
the cinema, movie theater
de feestdag
the holiday, day of celebration [not de vakantie]
integreren
to integrate, assimilate
het recept
the recipe, prescription
rijp
ripe (e.g. fruits) [not volgroeid]
ronduit
outright, simply, frankly
tijdig
timely, at the proper time, in time
het archief
the archive, storage room
de gitaar
the guitar
de put
the pit, well
de concentratie
the concentration
dagen
to summon, dawn, light, illuminate, start, beginn
het koor
the choir, vocal ensemble, chorus
neigen
to incline, tend, bend over, lean towards
de oefening
the exercise, practice [not de praktijk]
schitteren
to shine, glitter [not schijnen, stralen, glanzen, glimmen, prijken, blinken, stralen]
uithalen
1) to lash out, strike out 2) to pull out, draw out
aanvoeren
to supply, bring, command [not leveren, bezorgen, afgeven, afleveren]
glazen
made of glass, glass (attributive), glassy
progressief
progressive
uitpakken
to unpack, unload, turn out, end up
de vreemdeling
the stranger, foreigner
evengoed
as well, just as good [not evenals]
kweken
to cultivate, grow, breed, mate (animals, plants) [not kruisen, verbouwen, groeien, uitgroeien, bloeien]
de middernacht
the midnight
de munt
the coin, currency, mint
opslaan
to store, save, increase (e.g. prices) [not opbergen, neerzetten, wegleggen, neerleggen, storten]
uitdrukken
to stub out, express [not uiten, uitbrengen]
afhangen
to depend (on)
filmen
to film, shoot a movie
overleggen
to talk over, discuss, contemplate, ponder [not raadplegen]
versnellen
to accelerate, speed up [not optrekken]
verwoesten
to destroy, lay waste, devastate [not vernietigen, vernielen]
aantasten
to affect (badly), damage
bewerken
to work, edit, rework, manipulate [not werken, arbeiden, functioneren, beïnvloeden, manipuleren]
doorvoeren
to carry out [not voltrekken]
feliciteren
to congratulate
fier
proud [not trots]
de handeling
the action, act [not de actie, het optreden, de handel]
weleens
sometimes, ever [not nooit, soms]
zuur
sour, acid
de ambassadeur
the ambassador
neutraal
neutral
nuchter
empty (stomach), sober, not drunk, plain, matter of fact, matter-of-factly [not leeg, kaal, eenvoudig]
vooraan
in front [not voor, voorin]
fataal
fatal (causing death or destruction)
intellectueel
intellectual
maandelijks
monthly
de mode
the fashion, trend
verkondigen
to proclaim, announce, put forward, preach [not voorleggen]
de woonplaats
the place of residence, group of houses, habitat
beslist
decisive, resolute, definitely, absolutely [not definitief, resoluut]
bovenaan
at the top, above [not bovenop, boven, daarboven, hierboven]
de dijk
the dike, levee, seawall
gieten
to pour, mould, cast, pour down
het misverstand
the misunderstanding
omkomen
to die, perish [not overlijden, sterven, doodgaan, uitsterven]
de trouw
the faithfulness, loyalty, marriage
afvoeren
to transport, bring away, lead away [not vervoeren]
eng
narrow, small, scary, creepy [not smal, nauw, krap, naar, klein]
ontploffen
to explode
de rang
the rank
de richtlijn
the guideline, directive
ruilen
to exchange, swap, trade [not wisselen]
straf
hard, heavy, hefty, spicy [not (kei)hard, moeilijk]
de deugd
the virtue
discussiëren
to discuss [not bespreken, bediscussiëren]
essentieel
essential
evident
evident, clear [not vanzelfsprekend, blijkbaar, kennelijk, duidelijk, klaar]
genezen
to cure, heal
de inrichting
the design, arrangement, constitution, institution [not de regeling/ indeling/ afspraak/ grondwet/ stichting/ instelling, het instituut/ ontwerp]
jaloers
jealous (bitterly or enviously competitive)
het motto
the motto
naïef
naive
de nicht
the niece, female cousin [not de neef]
plezant
amusing, pleasant [not plezierig, aangenaam]
gruwelijk
horrible, terrible, brutal [not vreselijk, verschrikkelijk, afschuwelijk, wreed, hartstikke, ontzettend]
de kabel
the cable, cable television, cable internet
het schaap
the sheep
zolang
as long as
aanraden
to recommend, suggest, advise
de bui
the shower, rain, mood [not de douche, de regen]
de medewerking
the cooperation [not de samenwerking]
de opinie
the opinion [not de mening, de opvatting]
de piano
the piano
afwisselen
to alternate, vary [not wijzigen, veranderen]
de financiering
the financing, funding
het merendeel
the most, majority, largest proportion
de receptie
the reception, social gathering, reception room [not de ontvangst]
sedert
since [not sinds, vermits, sindsdien]
de staking
the strike, strike action, work stoppage
verschaffen
to provide, procure [not voorzien, verstrekken]
versturen
to send (off), dispatch [not sturen, opsturen, zenden]
voltooien
to complete, finish [not aanvullen, afmaken, afwerken, beëindigen, eindigen, opmaken, klaarmaken]
absurd
absurd
communiceren
to communicate
levenslang
lifelong
signaleren
to signal, flag [not observeren, waarnemen, opmerken]
het vet
the fat, grease
zogezegd
so to speak [not zogenaamd, zogeheten, zogenoemd]
afgeven
to deliver, hand of/over, give up, emit [not leveren, bezorgen, afleveren]
de bijnaam
the nickname
verbouwen
to renovate, cultivate, rebuild [not opknappen, kweken]
bedriegen
to cheat, deceive
de code
the code (set of symbols, lawbook, of conduct, IT, etc.)
de herfst
the autumn, fall [not het najaar, de vall]
meespelen
to take part (in a play, sports match), play with [not meedoen, participeren, deelnemen]
het orkest
the orchestra, band
de uiting
the expression, utterance [not de uitdrukking]
de verdienste
the merit
de bisschop
the bishop [not de paus, de priester]
onnodig
unnecessary, superfluous
het profiel
the profile
toestaan
to allow, permit [not toelaten, permitteren, veroorloven, mogen]
het transport
the transport [not het vervoer]
beledigen
to offend
het compromis
the compromise
de motivatie
the motivation [not de moraal]
de pint
the pint, glass of beer (in B: 25/33 cl)
reëel
real, realistic [not echt, werkelijk, heus, authentiek, realistisch, waar]
zinloos
meaningless, senseless, pointless [not nutteloos]
het zout
the salt
aanstaand
next, this (time, not place), coming, next, future [not daarnaast, naast, volgend, ernaast, vervolgens]
de buis
the tube, pipe, duct [not de pijp, de metro, de slang]
deftig
stylish, distinguished
fascineren
to fascinate
de inval
1) the bust, raid, incursion, invasion 2) inspiration, brain wave [not de overval]
opdoen
to gain, acquire [not behalen]
de passage
the passage (text or way)
het schooljaar
the school year
het weekblad
the weekly, weekly magazine [not het blad, het journaal]
de filosoof
the philosopher
industrieel
industrial, related to industrial processes
de ingenieur
the engineer
de voorraad
the stock (inventory), provision [not het aandeel]
de muis
the mouse
de baat
the profit, advantage, benefit
de bakker
the baker, pastry cook
het front
the front [not de voorkant, de grens]
de logica
the logic
overeenkomen
to correspond, match, agree
voorschrijven
to prescribe
aanslaan
to be successful, have an effect, strike, kick, start, tax
beogen
to aim, intend, aim at [not mikken]
betwijfelen
to doubt [not twijfelen]
het onderdak
the accommodation, shelter, lodging
de staf
the staff, stick, staff, management [not het personeel, het personeelslid]
telefonisch
telephonic, by phone
verschuiven
to move, shift, postpone [not bewegen, ontroeren, verplaatsen, verzetten]
het zilver
the silver, Ag
de bespreking
the discussion [not de discussie]
de fuif
the party, festive gathering as celebration [not het feest, de fractie, de partij]
illustreren
to illustrate, clarify by giving examples
nagaan
to check, research [not controleren, nakijken, checken]
raadplegen
to consult [not overleggen, raden]
soepel
flexible, supple, flexible [not flexibel]
vrijkomen
to be set free, be released [not vrijlaten, vrijmaken, loslaten, verlossen, losmaken, bevrijden]
zonnig
sunny, merry, cheerful
de ambassade
the embassy, ambassadorial mission
bevriend
friendly (with) [not vriendelijk, sympathiek, intiem, gezellig, aardig, heus, geschikt]
doodschieten
to shoot dead [not s...]
de homo
the gay, homosexual
de/het patroon
1) de: patron saint, patron, boss 2) het: the pattern, model, cartridge
de planeet
the planet
toewijzen
to assign [not uitwijzen, aanwijzen]
uitzetten
to turn off, switch off, expand, release, deport, expel [not afzetten, weggooien, verdrijven, uitwijzen, verdringen]
afkomen
to come down/off, descend [not neerkomen]
afleveren
to deliver, drop off [not leveren, bezorgen, afgeven]
alvorens
before [not daarvoor, tevoren, eer(der), voor/-dien/-dat/-af/-heen/-aleer]
de leeuw
the lion
systematisch
systematic
verdrijven
to expel, depose, dissipate [not verdringen, uitzetten, uitwijzen]
verwennen
to pamper, spoil, be extra nice
de waardering
the appreciation, appraisal
alleenstaand
single, unmarried [not de single]
eenmalig
one-time, one-off (occurring only once) [not eenmaal]
eenzelfde
a same, the same, a similar [not eender, evenveel, de-/het-/dat-/zelfde]
haken
to catch, hook, crochet, long strongly for [not betrappen, vatten, pakken, vangen, grijpen, nemen, inslaan, opvatten, opvangen]
onderaan
under, downstairs
terugbrengen
to return, take back, reduce [not terugkomen, terugkeren, teruggaan]
uitbouwen
to extend, enlarge, increase [not doortrekken, uitbreiden]
de vondst
the find, discovery [not de ontdekking, de schat]
weghalen
to remove, take away [not verwijderen, ontdoen]
uittrekken
to take off (clothes) [not afdoen, meenemen, afnemen]
de dienstverlening
the service(s), provision of services [not de dienst, de service]
immens
immense, enormous, huge [not reusachtig, enorm]
de korting
the discount
de stroming
the current, movement, flow, stream, school of thought [not de stroom, de rivier, de beek, de straal]
verkrachten
to rape, abuse
het vliegveld
the airport, airfield [not de luchthaven]
beletten
to prevent, hinder [not verhinderen, hinderen, tegenhouden, stoppen, ophouden]
de benadering
the approximation, approach
de consequentie
the consequence, result [not het gevolg]
fungeren
to function, serve as [not functioneren, werken]
de helling
the slope, inclination
de politieagent
the policeman, police officer [not de politie, de agent]
het ras
the race, breed [not de race]
relevant
relevant
de stempel
the stamp, postmark, seal, mark [not de postzegel, de/het stamp]
uitvinden
to invent, find out [not verzinnen, vinden, achterhalen]
de werkgroep
the working group, workgroup, taskforce
afstuderen
to graduate, major
bekleden
to clothe, upholster, occupy (an office) [not bezigheden, bezetten]
de kroon
the crown
de schrijfster
the female writer, authoress [not de auteur, de schrijver]
tegenvallen
to disappoint, fall short of one's expectations, be worse than expected [not teleurstellen]
de toer
the tour, trip, turn, rotation, revolution [not de tocht, de reis]
vergezellen
to accompany (attend as a companion)
verkennen
to explore
de achterkant
the back, reverse (side), back side, rear-end [not de rug, het achterhoofd]
bekomen
to recover, obtain, acquire [not herstellen, bijkomen, achterhalen, opknappen]
expliciet
explicit [not uitdrukkelijk]
minst
least, fewest [not min, minder, minimaal, minstens, tenminste]
de opera
the opera
de service
the service [not de dienst, de dienstverlening]
middeleeuws
medieval
het object
the object, item [not het voorwerp]
het overschot
the surplus, remains
psychisch
psychical, mental [not psychologisch]
de rijkdom
the wealth, prosperity
de suiker
the sugar
het tegendeel
the opposite, contrary
vergoeden
to reimburse, compensate for [not compenseren, betalen, afrekenen]
de aanbieding
the offer [not het aanbod, het bod]
de ban
the ban, excommunication, denunciation, magic spell [not het verbod]
bijhouden
to keep up with (the pace), maintain, upkeep [not doorlopen, onderhouden, volhouden, handhaven]
de depressie
the depression
graven
to dig
de marge
the margin
onszelf
ourselves
de opa
the grandpa, granddaddy, pops
het virus
the virus
de biografie
the biography
overdragen
to pass on, transfer [not doorgeven, overbrengen, dragen, verplaatsen, overslaan, overstappen, overgeven, overhandigen]
het schandaal
the scandal
de advertentie
the advertisement [not de reclame]
bewaken
to guard, watch over [not beschermen, bewaren, oppassen, observeren, waken, bewaren, na–, uit–, toekijken, kijken]
de bundel
the bunch, bundle, edited volume
de herkomst
the origin, descent [not de oorsprong, de afkomst]
het klooster
the cloister, monastery
het peil
the level [not het niveau]
het stadium
the stage, phase, stadium [not het toneel, het podium, de etappe, de fase, de scène, het stadion]
de berekening
the calculation, computation
continu
continuous, continuously [not voortdurend, constant, almaar]
het monster
1) the monster 2) the sample [not het beest, het staal]
het paspoort
the passport
de tunnel
the tunnel
het tweetal
the two (of us, etc), pair, couple [not de twee]
lekken
to leak, lick [not likken]
onbegrijpelijk
incomprehensible, unintelligible
onderwerpen
to subject
pakweg
roughly, approximately, about, circa [not globaal, ongeveer, globaal, ruw]
subtiel
subtle (hard to grasp) [not amper, nauwelijks, nauw, nauwkeurig]
triest
sad, pitiful [not treurig, verdrietig, jammer, zielig]
verzoeken
to request, demand politely, petition, tempt, lure [not aanvragen]
waardig
worthy, stately [not waard, duur, kostbaar, waardevol]
de Bijbel
the Bible
bijwonen
to attend