Level 2 Level 4
Level 3

✰ Basic Words 201-400


200 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
zichtbaar
visible
zuiver
pure, clear [not louter, puur]
aantonen
to demonstrate, prove, indicate, evince, show [not bewijzen, betogen, demonstreren, uitwijzen]
afhankelijk
dependent
afsluiten
to close (off, up); to lock (up); to cut off; to conclude (agreement)
alternatief
alternative
automatisch
automatic
bedreigen
to threaten
begeleiden
to guide, counsel, support; to accompany, supervise
benaderen
to approach, to come near, to near
beperkt
restricted, confined [not bepaald, eindig, definitief]
beschikken
to have at one's disposal, direct, have influence over, decide [not b...baar]
betrouwbaar
reliable
blokkeren
to block
constateren
to establish, ascertain
de aanpak
the method, approach [not de methode]
de ambitie
the ambition
de behandeling
the treatment, handling
de beschrijving
the description, depiction; delineation
de betekenis
the significance, meaning
de betrekking
the relation, connection
de collectie
the collection
de concentratie
the concentration
de daling
the decrease, descent, fall(ing) [not de verlaging, de vermindering, de afname]
de doorbraak
the breakthrough
de dosis
the dose
de duidelijkheid
the clarity
de fase
the phase, stage; period [not het stadium, de periode]
de grens
the boundary, limit [not de limiet, de beperking]
de impact
the impact [not de invloed]
de interesse
the interest [not de belangstelling, het aandachtspunt]
de methode
the method [not de aanpak]
de omvang
the scope, size, girth
de ontwikkeling
the development
de procedure
the procedure
de regelmaat
the regularity, commonness [not de regelmatigheid, de regulatie]
de schaal
the scale
de sector
the sector
de stelling
the thesis, theorem, scaffold [not de these, de claim, het proefschrift]
de structuur
the structure [not de constructie, de samenstelling]
de verzameling
the collection, gathering
de zekerheid
the certainty
erkennen
to recognize, admit
experimenteren
to experiment
formeel
formal
herstellen
to recover
het archief
the archive, the archives, archives
het complex
the complex
het domein
the domain
het materiaal
the material
het perspectief
the perspective
het proces
the process
het symbool
the symbol
het tijdschrift
the journal, magazine, periodical, weekly, review [not periodic]
het vak
the subject, course
het veld
the field
interviewen
to interview [not bevragen]
krimpen
to shrink
leiden
to lead
maximaal
maximum
meewerken
to cooperate
momenteel
currently, at the moment
onderzoeken
to study, investigate
opleveren
to produce, to yield, to deliver
opmerken
to mention, remark, observe, notice
opslaan
to save
opvallen
to be conspicuous, strike, attract attention [not attenderen]
organiseren
to organize
overwegen
to consider, think over
progressief
onward, progressive
resteren
to be left, remain
schadelijk
noxious, harmful, hurtful, nocuous, nocent, noisome, injurious, detrimental, prejudicial, pernicious, deleterious, mischievous, pestiferous, pestilential, inimical, malign, maleficent
scoren
to score
stabiel
stable
stranden
to fail, be stranded
suggereren
to suggest
terecht
rightly, found(again), correct, appropriate
toenemen
to increase, to grow [not verhogen, oplopen, vergroten, vermeerderen, groeien]
vaststellen
to establish, determine, fix [not bepalen, determinieren, beoordelen, vastleggen]
verdelen
to divide
vergen
to require, demand [not benodigen]
verhogen
to increase, raise [not toenemen, oplopen, vergroten, vermeerderen, groeien]
verlopen
to go (off); to go by, pass; to expire
vermijden
to avoid [not mijden]
vermoeden
to suspect, surmise, suppose
verschillen
to differ (from), vary
verstoren
to disturb
verwijderen
to remove, clear out, take out, take off, abate, eliminate, estrange, purge
wereldwijd
worldwide
aantreffen
to find, meet
accepteren
to accept , to receive , to approve
afbreken
to decompose, to break off
beamen
to agree (with), endorse
bedenken
to conceive, think of
beheersen
to control, govern, dominate, rule [not domineren, controleren, sturen]
beschikbaar
available [not b...en]
beschrijven
to describe
bewerken
to revise, edit, work
combineren
to combine
compenseren
to compensate (for)
concluderen
to conclude
continu
continuous(ly)
daadwerkelijk
actual, real, practical [not praktisch, vrijwel]
dalen
to decrease, descend, fall (down) [not verlagen, teruglopen, afnemen, verminderen]
de afbeelding
the picture, image, figure
de analyse
the analysis
de apparatuur
the equipment
de competitie
the competition, contest; league (Sports)
de constructie
the structure, construction [not de structuur, de samenstelling]
de controle
the control
de discipline
the discipline
de doelstelling
the objective, aim, goal
de editie
the edition
de essentie
the essence
de evolutie
the evolution
de fusie
the merger
de garantie
the guarantee
de hoogleraar
the professor, university instructor
de kritiek
the criticism
de opdracht
the assignment, task, order [not de orde, de opgave]
de oppervlakte
the area (of a surface, territory or other object) [not het oppervlak]
de overeenkomst
the similarity, agreement, contract
de praktijk
the practice, the experience [not het practicum]
de presentatie
the presentation
de publicatie
the publication
de reactie
the reaction
de redenering
the reasoning
de samenstelling
the composition, structure, compound, construction, constitution, formation, membership, make up [not de constructie, de structuur]
de techniek
the technique
de test
the test [not de proef]
de verhouding
the proportion, ratio, relationship
de verspreiding
the distribution, spreading
de verwijzing
the reference [not de referentie]
de voorkeur
the preference, priority
de waarde
the value, worth, price, valuable
de werkgroep
the working group
deelnemen
to participate, take part, partake
definiëren
to define [not omschrijven]
geleidelijk
gradually
gemiddeld
on average, average
herhaaldelijk
repeatedly
het aantal
the number, the quantity, quantity, the amount, amount, number [not het getal, de hoeveelheid, de kwantiteit, de grootheid, de hoeveelheid]
het criterium
the criterion, standard against which something is measured (i.e. standard or principle) [not de standaard]
het document
the document
het getal
the number, figure [not de nummering, het aantal]
het minimum
the minimum [not het minpunt]
het overzicht
the overview
het percentage
the percentage
het systeem
the system
het verschijnsel
the phenomenon, symptom
identificeren
to identify
individueel
individual, single, distinct, sole; of a particular person; unique, special, characteristic
integraal
integral
intensief
intensive
lanceren
to launch
omstreden
controversial, contentious, disputed, debatable
ontdekken
to discover
ontwikkelen
to develop
overeenkomen
to correspond to, agree [not corresponderen]
prominent
prominent
schatten
to estimate, value
selecteren
to select
succesvol
successful
uitgebreid
extensive, comprehensive, elaborate
uitsluiten
to exclude, lock out
verantwoordelijk
responsible
verminderen
to reduce, decrease, diminish [not verlagen, teruglopen, afnemen, dalen]
versnellen
to accelerate, speed up
voorspellen
to predict
vrijwel
practically, nearly, rather well [not welgeteld, welbeschouwd, praktisch, daadwerkelijk]
waarderen
to value, estimate, appraise, apprize, apprise, appreciate, esteem, treasure, prize
waarnemen
to observe, perceive, replace temporarily, make use of
waarschuwen
to warn
wijzigen
to change, alter, modify
willekeurig
random, arbitrary
zogeheten
so-called [not zogenoemd]
aanpakken
to deal with
abstract
abstract
actief
active
adviseren
to advise
afbeelden
to depict
analyseren
to analyze
benadrukken
to stress, to accentuate, to emphasize [not accentueren, beklemtonen]
berekenen
to calculate, compute
betogen
to argue, demonstrate [not demonstreren, aantonen, bewijzen]
betrekken
to involve, include, buy
bevatten
to contain, comprehend
bijvoorbeeld
for example, for instance
blijkbaar
apparently
blijken
to appear, turn out to be
circa
approximately, about, around [not grofweg, approximaal]
constant
constant(ly)
corrigeren
to edit, correct
dankzij
owing to, thanks to
de achterstand
the disadvantaged position, arrears
de afwijking
the deviance, abnormality
de beperking
the restriction, limitation [not de grens, de limiet]
de berekening
the calculation, computation
de categorie
the category
de conclusie
the conclusion