Level 9 Level 11
Level 10

1251-1500 Academic Dutch


233 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
versus
versus
beknopt
brief
beschrijvend
descriptive [not descriptief]
vastliggen
to be fixed, be laid down
reflecteren
to reflect
weerleggen
to refute
de interferentie
the interference [not de interactie, het dwarsverband]
het thema
the theme
de regulatie
the regulation [not de ordening, de regelmatigheid, de regelmaat]
verlagen
to decrease, lower [not teruglopen, afnemen, verminderen, dalen]
de overschrijding
the exceeding
versnipperen
to fragment, cut up (into pieces)
de massa
the mass
duurzaam
sustainable
interfereren
to interfere [not interrumperen]
het gevolg
the result, consequence, outcome
naadloos
seamless
aselect
random
de eigenschap
the quality, property [not de kwalificatie, de kwaliteit, het kenmerk]
diagonaal
diagonal
comprimeren
to condense, compress
bijkomend
additional, subordinate [not additioneel, bijgaand, bijbehorend]
haaks
be at odds with, right-angled
onderschrijven
to endorse, underwrite
overschakelen
to switch over
de onduidelijkheid
the lack of clarity
de herkenning
the recognition
bestrijden
to combat, fight [not kampen]
afremmen
to decelerate
ethisch
ethical
duidelijk
clear, obvious
de bron
the source
verenigbaar
compatible (with), consistent (with)
impliciet
implicit
samenvatten
to summarize [not samenstellen, samenvoegen, samentrekken, optellen]
de statistiek
the statistics
accumuleren
to accumulate
het practicum
the practical, internship [not de praktijk, de stage]
de ratificatie
the ratification
concurreren
to compete (with)
de motivatie
the motivation
de ijking
the calibration
de module
the module
de normalisatie
the normalization [not de normaliteit, de normering, de standaardisering]
identiek
identical
de stage
the internship [not het practicum]
aanleveren
to supply
de periode
the period [not de fase, het stadium]
het bewijs
the proof
genetisch
genetic
hoogwaardig
high-quality
de extrapolatie
the extrapolation
de inhoud
the content(s)
de casus
the case
de datering
the dating
de cyclus
the cycle
de samenhang
the coherence [not de cohesie, de samenstelling]
de determinant
the determinant
vermeerderen
to grow, increase, enlarge [not uitvergroten, vergroten, verhogen, toenemen, oplopen, groeien]
synthetisch
synthetic
de uitvinding
the invention [not de v...]
realiseren
to realize
verklaren
to explain, declare
bepalen
to determine, stipulate [not determinieren, vaststellen, beoordelen, vastleggen]
bepaald
certain, definite [not beperkt, definitief, eindig]
postdoctoraal
post-graduate
voorafgaand
preceding, foregoing
de versnelling
the acceleration
de normering
the standard, norm, standardization, normalization [not de normaliteit, de normalisatie, de standaardisering]
de verantwoordelijkheid
the responsability
beargumenteren
to substantiate, argue
de reflectie
the reflection
opmeten
to measure, survey
vatbaar
susceptible
stimuleren
to stimulate
gestaag
steadily, constantly
cursief
in italics, cursive
het apparaat
the apparatus
de nulhypothese
the null hypothesis
de kritiek
the criticism, comment
variëren
to vary
dupliceren
to duplicate
daaropvolgend
subsequent, next, following
het principe
the principle, the maxim
de afleiding
the inference, diversion
de input
the input
onbekend
unknown
schetsen
to outline, sketch
motiveren
to motivate, motive, warrant
de diskwalificatie
the disqualification
bovenstaand
above, above-mentioned [not bovenliggend]
verklaarbaar
explicable
civiel
civil
de kanttekening
the (short, marginal) comment
approximaal
approximate [not circa]
compact
compact
afnemen
to decrease, remove, buy [not verlagen, teruglopen, verminderen, dalen]
plenair
plenary
de constatering
the observation, establishment
uitvallen
to drop out, fall out
ambitieus
ambitious, aspiring
regelmatig
regular(ly) [not regulier, standaard]
het exemplaar
the copy, sample
ratificeren
to ratify
moeizaam
laborious
unaniem
unanimous
het cijfer
the figure, grade
het item
the item
de uitval
the drop-out rate
resistent
resistent
onduidelijk
unclear
microscopisch
microscopic
de vertraging
the delay
kampen
to contend (with), struggle (with) [not bestrijden]
gemeenschappelijk
common, joint, concerted
inclusief
including, containing
de begeleiding
the supervision
voorspelbaar
predictable
verkennen
to explore, scout(out)
meten
to measure
de simplificatie
the simplification [not de vereenvoudiging]
het colloquium
the colloquium
het individu
the individual
aantasten
to affect, attack
de vermenigvuldiging
the multiplication
ongeordend
unordered
eindig
finite, limited [not beperkt, bepaald, definitief]
toevalligerwijs
coincidentally
problematisch
problematic(al)
de chronologie
the chronology
de standaard
the standard [not het criterium, de normering]
interpreteren
to interpret
de/het cluster
the cluster
redeneren
to reason, to argue, to discourse
toegesneden
geared, tailored
tendentieus
tendentious
maakbaar
feasible, achievable
figureren
to act (play a small part), figure
equivalent
equivalent
de effectiviteit
the effectiveness [not het effect, de invloed]
de schatting
the estimation [not de inschatting]
prevaleren
to prevail
de verlaging
the decrease, lowering [not de daling, de vermindering, de afname]
de preventie
the prevention
systematisch
systematic
de routine
the routine
afronden
to finish, round off
oriënteren
to orient
volgens
according to [not aldus]
inkorten
to abridge, shorten
lokaliseren
to localize
legitimeren
to legitimize
onbewezen
unproven
de flexibiliteit
the flexibility
de studie
the study
intrigeren
to intrigue
ontbreken
to be lacking [not ontberen]
de aanwijzing
the indication, instruction
de verrichting
the activity, action
de wijziging
the change, alteration
axiomatisch
axiomatic(al)
de formaliteit
the formality
innovatief
innovative
reconstrueren
to reconstruct
optimaal
optimal
het artikel
the paragraph, article, section, clause, news report, item
verbeteren
to improve
de omissie
the omission
onethisch
unethical
geldig
valid [not valide]
de specificiteit
the specificity
limiteren
to limit [not begrenzen, beperken]
de deelname
the participation
afleiden
to infer, divert
de terminologie
the terminology
concluderend
in conclusion
de stimulatie
the stimulation
uitwijzen
to show, reveal; expel, deport [not aantonen]
de nauwkeurigheid
the accuracy
baseren
to base (on)
presenteren
to present, introduce
bekendmaken
to announce, make public
de inventarisatie
the stock-taking
wetenschappelijk
scientific
de groei
the growth [not de vermeerdering, de toename]
simuleren
to simulate
het seminar
the seminar
beoordelen
to criticize, to judge, to determine, to assess [not bepalen, vaststellen, determinieren, vastleggen]
het college
the lecture, (university) class, college
het patroon
the pattern
begroten
to estimate (at), cost (at)
de communicatie
the communication
informatief
informative
het maximum
the maximum
de decimaal
the decimal
de standaardisering
the standardization [not de de normering, de normalisatie]
uitdragen
to propagate [not propageren]
de variant
the variant
de methodologie
the methodology
de doelgroep
the target group
het laboratorium
the laboratory
de dominantie
the dominance
de voorkennis
the prior knowledge
inschatten
to assess, estimate
de stabilisatie
the stabilization
de efficiëntie
the efficiency
de leerstoel
the chair, named professorship
samentrekken
to contract [not samenvatten]
concreet
concrete
opmerkelijk
remarkable
de absorptie
the absorption
globaal
rough, overall [not grof, grofweg]
de verklaring
the explanation, statement
de significantie
the significance
rectificeren
to rectify
de frictie
the friction [not de wrijving]
interesseren
to interest
naslaan
to consult, look up
herzien
to revise, edit
de schadelijkheid
the harmfulness
de context
the context
beëindigen
to terminate, end
visualiseren
to visualize
sequentieel
sequential
bijhouden
to keep up to date, keep up
achterhalen
to retrieve, overtake, detect, catch up with
verwijzen
to refer, address, commit
traceren
to trace
praktisch
practical [not daadwerkelijk, vrijwel]
dicteren
to dictate
de verdubbeling
the doubling
activeren
to activate
interactief
interactive