Level 7
Level 8

adverbia 2020 (103)


103 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
zo(zeer)
adeo
gekeerd naar, vijandig"\
adversus
nog
adhuc
gelijk, evenzo
aeque
eens, soms
aliquando
anders
aliter
vooraan, vroeger, eerst
ante
goed
bene
zeker, beslist
certe
overigens
ceterum
snel, spoeding
cito
waarom
cur
vervolgens, daarna
deinde
ten slotte, tenslotte
denique
lang, lange tijd
diu
kijk (daar!)
ecce
daarheen; daarom;
eo
zelfs
etiam
gemakkelijk
facile
bijna, ongeveer, meestal
fere
toevallig, misschien
forte
doelloos, tevergeefs
frustra
niet, helemaal niet
haud
hier
hic
hiervandaan
hinc
hierheen
huc
al
iam
daar
ibi
daarom
ideo
daar
illic
integendeel, sterker nog
immo
vandaar
inde
intussen (= inter-ea, tussen die dingen)
interea
ondertussen; voorlopig
interim
zo
ita
net zo, evenzeer
item
opnieuw, weer
iterum
ver, veel, verreweg
longe
meer
magis
slecht
male
1. zojuist 2. slechts
modo
spoedig
mox
zeer, vaak
multum
1. niets 2. op geen enkele manier
nihil
te, te zeer, te veel
nimis
niet
non
nog niet
nondum
nooit
numquam
nu
nunc
eens, vroeger, later
olim
op gelijke wijze, tegelijk
pariter
(te) weinig
parum
een beetje, iets
paulo
later
post
later (= post-ea, na die dingen)
postea
liever, eerder
potius
bovendien
praeterea
eerst
primum
eerder, vroeger, liever
prius
ver, in de verte
procul
dichtbij
prope
waar, waarheen, op welke manier
qua
1. hoe; zoals 2. die, dat (relativum) 3. dan; zo...mogelijk
quam
1. willekeurig 2. hoewel
quamvis
waarom, en daarom
quare
1. als (het ware), bijna 2. als, alsof
quasi
1. hoe, op welke manier 2. (zo)als
quemadmodum
1. zeker 2. tenminste ne... quidem: zelfs niet quin 1. dat 2. waarom niet? werkelijk
quidem
immers, want
quippe
waarheen? ergens heen waardoor opdat daardoor
quo
1. hoe, op welke manier 2. (zo)als
quomodo
eens, vroeger, later
quondam
ook
quoque
hoe vaak, zo vaak als
quotiens
weer, opnieuw
rursus
vaak
saepe
genoeg, voldoende
satis
eenmaal
semel
altijd
semper
zo
sic
zoals
sicut
tegelijk
simul
alleen, slechts
solum
meteen, direct, terstond
statim
boven(dien)
super
zo
tam
toch
tamen
1. als het ware 2. alsof
tamquam
eindelijk
tandem
1. slechts; zozeer 2. zoveel, zo grote massa
tantum
dan, toen
tum
dan, toen
tunc
1. waar 2. zodra
ubi
naar de andere kant, bovendien
ultro
ooit
umquam
waarvandaan, vanwaar
unde
van alle kanten
undique
continu, steeds
usque
of
utrum
1. of 2. zelfs
vel