Level 3 Level 5
Level 4

1.Welkom aan boord. - 4. Ik kom uit Italië.


130 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
De accountant
The accountant
De assistent
The assistant (male)
De assistente
The assistant (female)
De broer
The brother
De economie
The economy
De filosofe
The philosopher (female)
De filosoof
The philosopher (male)
De firma
The firm, company
De huisvrouw
The houswife
De ingenieur
The engineer
De marketingmanager
The marketing manager
De moeder
The mother
De reis
The journey, trip, travel
De student
The student (male)
De studente
The student (female)
De universiteit
The university
De vader
The father
De winkelier
The shop keeper
Dood
Dead
Geboren
Born
Gescheiden
Divorced
Getrouwd
Married
Prettig
Nice, Pleasant
Samen
Together
Ook
Also, As well, Too
Dank u wel
Thank you (formal)
Excuseer
Excuse (me)
gaan
to go
Ik ga
I go
Je gaat
You go
hij gaat
He goes
werken
to work
Ik werk
I work
Je werkt
You work
Hij werkt
He works
wonen
to live
Ik woon
I live
Je woont
You live
Hij woont
He lives
Mijn naam is Paolo.
My name is Paolo.
Ik kom uit Italië.
I come from Italy.
Ik ben geboren in Palermo.
I was born in Palermo.
Ik ben student economie.
I'm an economy student.
Ik ben Leen.
I'm Leen.
Ik ben in Gent geboren.
I was born in Ghent
Ik woon in Gent.
I live in Ghent.
Ik ben studente.
I'm a student. (femaile)
Mijn naam is Bert.
My name is Bert.
Ik kom uit Oostende.
I come from Ostend.
Ik ben in Oostende geboren.
I was born in Ostend.
Ik woon in Leuven.
I live in Leuven.
Ik ben marketingmanager bij een firma in Brussel.
I'm marketing manager in a firm in Brussels.
Mijn naam is Kristien.
My name is Kristien.
Ik ben in Antwerpen geboren en ik woon in Antwerpen.
I was born in Antwerp and I live in Antwerp.
Ik ben huisvrouw.
I am a housewife.
Ik ben de moeder van Els en Bram.
I'm the mother of Els and Bram.
Ik ben Peter.
I'm Peter.
Ik ben in Gent geboren.
I was born in Gent.
Ik ben ingenieur.
I'm an engineer.
Ik werk in Brussel.
I work in Brussels.
Ik ben de vriend van Els.
I'm Els' friend.
Ik ben Johan.
I'm Johan.
Ik woon in Gent.
I live in Ghent.
Ik ben winkelier.
I'm a shop keeper.
Ik ben getrouwd met Roos.
I'm married with Roos.
Ik ben Fred.
I'm Fred.
Ik ben in Oostende geboren.
I was born in Ostend.
Ik woon in Oostende.
I live in Ostend.
Ik ben gescheiden.
I'm divorced.
Ik ben de vader van Bert.
I'm Bert's father.
Ik ben ...
I am ...
Mijn naam is ...
My name is ...
Ik kom uit ...
I come from ...
Ik ben in ... geboren.
I was born in ...
Ik woon in ...
I live in ...
Ik werk in ...
I work in ...
Ik werk bij ...
I work with ...
Ik studeer ...
I study ...
Ik ben filosofe.
I'm a philosopher (female)
Ik werk aan de K.U.Leuven.
I work at the K.U.Leuven.
Dit is mijn moeder.
This is my mother.
Ze heet Kristien en ze woont in Antwerpen.
Her name's Kristien (She's called) and she lives in Antwerp.
Mijn vader is dood.
My father is dead.
Dit is mijn vriend.
This is my friend.
Hij is geboren in Gent.
He was born in Ghent.
hij is ingenieur.
He's an engineer.
Hij werkt in Brussel, maar hij woont ook in Leuven.
He works in Brussels, but he lives also in Leuven.
Wij wonen samen.
We live together.
Dit is mijn broer.
This is my brother.
Hij heet Bram.
His name is (He's called) Bram.
Hij woont in leuven.
He lives in Leuven.
Hij is student.
He's a student.
Dit zijn mijn vrienden.
These are my friends.
Ze komen uit Hasselt.
They come from Hasselt.
Jan is accountant.
Jan is an accountant.
Lisa is assistente economie.
Lisa is an economy assistent
Ze werkt aan de universiteit.
She works at the university.
Dag meneer en mevrouw.
Goodbye Sir and Madam.
Dank u wel en tot ziens.
Thank you and see you again.
Bent u professor Deman?
Are you professor Deman?
Nee, mijn naam is Demeester.
No, my name is Demeester.
Excuseer, bent u meneer en mevrouw Maas?
Excuse me, are you Mr and Mrs Maas?
Daar is Barbara.
There is Barbara.
Is zij hier ook?
Is she here as well.
Jullie zijn hier ook?
You're here as well. (plural)
Wij komen uit Engeland. En jij?
We come from England. And you?
Ik ga naar Berlijn.
I go to Berlin.
Prettige reis!
Have a nice journey!
Dank je.
Thank you. (informal)
zijn
to be
Ik ben
I am
Je bent
You are
U bent
You are (formal)
Hij is
He is
Zij is
She is
Wij zijn
We are
Jullie zijn
You are (plural)
zij zijn
They are
Wij werken
We Work
Jullie werken
You work (plural)
Zij werken
They work
Wij wonen
We live
Jullie wonen
You live (plural)
Zij wonen
They live
Wij komen
We come
Jullie komen
You come (plural)
Zij komen
They come
Wij gaan
We go
Jullie gaan
You go (plural)
Zij gaan
They go