Level 7 Level 9
Level 8

Hoofdstuk 7: Fundamenten van groepsgedrag


45 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
groep
twee of meer personen die met elkaar omgaan, gezamelijk doel hebben, collectieve normen delen en een groepsidentiteit hebben
Hawthorne-studies
groepsnormen hebben een belangrijke impacht op functioneren van een organisatie
formele groep
groep gemaakt door organisatie en gestoeld op taakverdeling
bevelgroep
leidinggegevende en medewerkers (onderdeel formele groep)
taakgroep
medewerkers die samenwerken aan bepaald project (onderdeel formele groep)
informele groep
medewerkers die contacten onderhouden
vriendengroep
samen naar voetbalwedstrijd (informele groep)
belangengroep
medewerkers die spontaan groep vormen om bepaald doel te realiseren (informele groep)
orientatie conflict stabilisatie prestatie afsluiting
fasen groepsvorming
orientatiefase
groep wordt gevormd
conflictfase
meningen worden uitgesproken
stabilisatiefase
conflichten opgelost en meer duidelijkheid over doelen en werkwijzen groep
prestatiefase
voldoende overeenstemmingen doelstellingen
afsluitingsfase
groep wordt ontbonden
groepsrol
geheel van gedragspatronen die verwacht worden van iemand met een bepaalde positie in de groep
taakgerichte rol
leden werken aan opdrachten (functionele rol)
groepsgerichte rol
zorgt voor prettige manier samenwerken (functionele rol)
niet-funtionele rol
bijdrage aan groep niet constructief maar gericht op eigen belang
rolverwachting
gedrag dat groepsleden verwachten in bepaalde positie
rolperceptie
wijze waarop betreffende persoon in deze rol van verwachting percipieert
rol ambiguiteit
indien persoon niet weet wat van hem verwacht wodt
rolconflict
diverse groepsleden hebben diverse opvattingen over hoe bepaalde functie moet ingevuld worden
rol overload
verwachtingen rol te hoog gespannen
sociale status
macht die persoon over anderen heeft, het vermogen om bijdrage te leveren aan realiseren groepsdoelstellingen of persoonskenmerken
groepsnormen
attitude of opnie die gedeeld wordt door twee of meer mensen en richtingegevend is voor gedrag
experiment van Sherrif
verplaatsing lichtpuntje in donkere ruimte
autokinetisch effect
illusie van bewegend punt
gevangenisexperiment
experiment van Zimbardo
Hawthorne-effect
hoge mate van betrokkenheid bij groep leidt tot harder werken
human relations beweging
aandacht groepsvorming in organisatie en manier waarop groepsnormen beinvloed kunnen worden
sociale facilicatie
aanwezigheid van iemand heeft gunstige invloed op gedrag van persoon
sociale belemmering
aanwezigheid iemand bemoeilijk het leren
verklaringsmodel (zajonc)
relatief moeilijke taken worden gehinderd door aanwezigheid ander, uitvoeren eenvoudige taken gaat beter met aanwezigheid ander
social loafing (Ringelmann-effect)(lijntrekken)
individuele inspanning vermindert als de groepsgrootte toeneemt
besluitvorming minderheid
enkele mensen zijn in staat groep te domineren en hun mening doordrukken
besluitvorming meerderheid
er wordt stemming gehouden en gebeurt op democratische wijze
besluitvorming consensus
meeste groepsleden geven steun aan genomen besluit
besluitvorming unanimiteit
alle leden zijn akkoord met gekozen alternatief
groepsdenken
groepsleden letten op het behoud van overeenstemming en eensgezindheid bij een beslissingsproces in plaats van kritische overwegingen
brainstorming
genereren van een grote hoeveelheid alternatieven voor het gestelde probleem
Delphi-techniek
gespreksleider vraagt zoveel mogelijk oplossingen voor probleem, leden kunnen aanvullen, maken keuze uit alternatieven en krijgen dan rangorde te zien en kunnen hun volgorde bijstellen, er komt consesus en anders kiest leider die
outgroup homogeniteit effect
het gedrag van 'wij-groep' wordt nauwkeurig waargenomen terwijl 'zij-groep' over een kam wordt geschoren
accentuation effect
verschillen tussen individuen binnen groep worden geminimaliseerd terwijl verschillen tussen groepen worden overdreven
illusory correlation effect
verschil in beoordeling. gedrag 'wij-groep' postief beoordeeld terwijl gedrag 'zij-groep' negatief wordt beoordeeld
sociale-identiteitstheorie
mensen streven naar een positief zelfbeeld en het is belangrijk lid te zijn van groep met positef imago. ervoor zorgen dat pereptie wel positief imago over groep heeft