Level 2 Level 4
Level 3

B125 t/m B133 Bestaansmiddelen


33 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
Bestaansmiddel
De manier waarop iemand voorziet in zijn levensbehoeften
Primaire sector
Bestaansmiddelen komen rechtstreeks uit de natuur: Landbouw/Visserij/Jacht/Bosbouw/Delfstofwinning
Delfstof
Grond- en brandstof die uit de aarde wordt gehaald:IJzererts/Steenkool/Aardolie/Zand/Kalksteen
Secundaire sector
De bedrijfstak die zorgt voor de be- of verwerking van de producten uit de primaire sector
Industrie
het maken van producten met behulp van machines in een fabriek
Tertiaire sector/ dienstensector
De bedrijfstak die producten verhandelt en/ of diensten levert
Landbouw
Manier waarop mensen voedsel produceren door gewassen te verbouwen of dieren te houden
Akkerbouw
Het verbouwen van voedselgewassen en niet – eetbare gewassen
Tuinbouw
Een vorm van akkerbouw met speciale tuinbouwgewassen
Veeteelt
Het fokken en houden van dieren voor bepaalde producten
Bosbouw
Het kweken van bomen
Massaproductie
Van een product worden er heel veel gemaakt
Zware industrie
Bedrijf dat veel grondstoffen gebruikt
Lichte industrie
Bedrijf dat werkt met onderdelen of halffabricaten
Vluchtsector/ informele sector
De sector waarin veel werkeloze mensen nog iets proberen te verdienen met eenvoudig, slecht betaald werk
Productiemiddelen
Arbeid, kapitaal, natuur
Beroepsbevolking
De mensen die betaald werk kunnen of willen doen: tussen de 20 en 65 jaar. NB: werkloze mensen horen dus ook tot de beroepsbevolking
Kapitaal
Gebouwen, machines, hulpgoederen en voertuigen
Natuur
De onderdelen van de natuurlijke omgeving die nodig zijn bij de productie
Grondstof
Stof waarmee een fabriek de productie begint
Ruwe grondstof
Onbewerkte grondstof, afkomstig uit de primaire sector
Halffabricaat
Bewerkte grondstof
Arbeidsintensief
Een bedrijf dat in verhouding tot andere productiemiddelen veel arbeid nodig heeft
Arbeidsextensief
Een bedrijf heeft relatief weinig arbeid nodig
Kapitaalsintensief
Een bedrijf dat in verhouding veel machines, dure installaties en gebouwen nodig heeft
Automatisering
Het vervangen van arbeid door computers
Lage lonenlanden
Landen waar de lonen lager liggen dan in Europa/ rijke landen
Mechanisering
Het vervangen van arbeid door machines
Intensivering
Het vergroten van de productie per hectare en per dier
Intensieve landbouw
Het gebruik van veel kapitaal en kennis om een hoge winst te behalen
Intensieve veehouderij/bio-industrie
Met inzet van kennis en kapitaal probeert een boer een zo hoog mogelijke productie te behalen
Bio-industrie
Het dier is een machine en de stal de fabriek
Biologische landbouw
Landbouw die zo min mogelijk gebruik maakt van middelen die het milieu vervuilen