Level 2 Level 4
Level 3

Transfer


21 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
Wanneer leren in één context of met één soort materiaal invloed heeft op het gedrag in een andere context of met ander materiaal.
Transfer: Toepassing van kennis in andere context. Transfer:
1. Kennis; 2. Vaardigheden; 3. Strategieën/Heuristieken.
(Transfer kan van: ->)
1. Positief versus negatief: helpt of hindert bestaande kennis/vaardigheden?; 2. Verticaal versus lateraal: bestaande kennis/vaardigheden essentieel of slechts behulpzaam?; 3. Near versus far: gelijke oppervlakkige kenmerken?; 4. Specifiek versus algemeen: overlap in de taak?
Types transfer:
wanneer leren in één context een positief effect heeft op de prestatie in een andere context.
(Types transfer: ->) 1. Positief versus negatief. Positieve transfer:
wanneer leren in 1 context een negatief effect heeft op de prestatie in een andere context.
Negatieve transfer:
1. Overgeneralisatie van strategieën; 2. Functional fixedness.
Over het algemeen komt negatieve transfer niet vaak voor in het onderwijs. Maar bijvoorbeeld wel bij:
naar vergelijkbare context.
(Types transfer: ->) 3. Near versus far. Near transfer:
naar op het eerste gezicht heel andere context.
Far transfer:
is erg verschillend van de uiteindelijke context waarin het geleerde moet worden toegepast: thuis, op het werk, in complexe taken; 2. Transfer is niet vanzelfsprekend! Het blijkt heel vaak niet op te treden.
Transfer en onderwijs: 1. De context waarbinnen kinderen iets leren op school (klaslokaal, werkboeken, tests, eenvoudige gestroomlijnde taken)
1. Hugging; 2. Concreteness fading; 3. Bridging.
Transfer promoten:
Situatie creëren die lijkt op de nieuwe context, bijvoorbeeld in een rollenspel: de leerervaring 'hugs' de doelcontext.
(Manieren om transfer te promoten: ->) 1. Hugging:
De concrete voorbeelden worden steeds meer vervangen door abstracte concepten.
(Manieren om transfer te promoten: ->) 2. Concreteness fading:
De leerervaring is bedoeld om de context te verbinden: laat de leerling abstraheren en verbanden leggen. Metacognitie.
(Manieren om transfer te promoten: ->) 3. Bridging.
General transfer. (-> snap ik niet)
Hoe kun je hogere-orde denkvaardigheden verbeteren?
1. Doctrine of formal discipline: Latijn, logica en dergelijke vakken trainen het geheugen; 2. Thorndike's identical elements: Transfer hangt af van gelijkenis stimulus en respons.
Transfer van denkvaardigheden:
overschatting van transfer.
(Transfer van denkvaardigheden: ->) 1. Doctrine of formal discipline (Latijn, logica en dergelijke vakken trainen het geheugen):
onderschatting van transfer.
(Transfer van denkvaardigheden: ->) 2. Thorndike's identical elements (Transfer hangt af van gelijkenis stimulus en respons):
dit komt niet overeen met onze huidige ideeën over cognitie en informatieverwerking.
(Transfer van denkvaardigheden: ->) Doctrine of formal discipline en Thorndike's identical elements:
3a. Betekenisvol leren ipv rote learning: principes eerder transfer dan losse feiten; 3b. Diepgaand leren; 3c. Decontextualiseren: veel en gevarieerd oefenen; 3d. Socioculturele context: scholen. (-> snap ik niet helemaal)
(Transfer van denkvaardigheden: ->) 3. Het belang van begrip en diepe verwerking:
de student in het proces leert te leren: metacognitie. (-> snap ik niet)
Transfer van denkvaardigheden KAN plaatsvinden als
één voorbeeld werkt vaak niet, zelfs na verbaliseren/samenvatten. Meerdere voorbeelden zijn nodig van concreet naar abstract: schema. (-> snap ik niet helemaal)
Decontextualiseren: