Level 8 Level 10
Level 9

General 2


500 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
waarover
over (above about) what/which [not erom, daarover, hierover]
de zijde
the side, face (of an object) [not de kant, de zijkant]
de agenda
the diary, agenda, calendar, organizer [not het dagboek]
beantwoorden
to answer, reply to [not ant...]
plat
flat (surface etc.), of soft consistency, as one's local dialect, rural, vulgar [not de flat, lek, vlak]
stimuleren
to stimulate [not prikkelen, prikken]
de betrekking
the relation, relationship
de drank
the drink, beverage [not de borrel]
geheim
secret, secretly [not stiekem, geheimzinnig]
lokken
to lure, attract, lure, bait
het loon
the wage, pay, reward [not het inkomen, de inkomst, de opbrengst, de omzet]
ongelooflijk
incredible, unbelievable [not ongelovig]
de/het kilo
the kilo, kilogram, kg, 1000g
de pot
the pot, jar, cooking pot
de daad
the act, deed
het ei
the egg
de regen
the rain
het vermogen
the power, ability, capacity, fortune [not de macht, de kracht, de sterkte, de capaciteit]
de schrik
the fright, shock, dread, terror, menace
storen
to disturb, interfere with [not verstoren]
ondervinden
to experience [not meemaken, ervaren]
trachten
to attempt, try [not pogen]
de uitzending
the broadcast, act of sending, TV episode
vanzelf
automatically, of one's self, of one's own accord [not eigen, zelfstandig, vanzelfsprekend]
de haven
the harbor, port
de professor
the professor [not de hoogleraar, de prof]
bestrijden
to fight against, dispute
katholiek
Catholic
verbazen
to surprise, amaze, befuddle, be amazed [not verrassen, verwonderen]
waaruit
out (of, from) what/which [not vanwaar]
daaraan
on that, to that, thereto
de koningin
the queen
oefenen
to practise, exercise, train
onderscheiden
to distinguish, discriminate, discern
opkomen
to come up, to rise, come on (e.g. a stage), fight for
pikken
to pinch, peck, hammer, steal, thieve (as in pickpocket), tolerate, accept grudgingly [not knijpen, oppikken]
vastleggen
to fix, fasten, tether, specify [not vaststellen]
de fabriek
the factory
uitsluitend
exclusive [not exclusief, enkel]
slikken
to swallow [not innemen, vreten, drinken]
vierkant
square [not het plein]
krachtig
powerful, powerfully [not machtig]
de theorie
the theory
de terugkeer
the return, comeback
dikwijls
often, frequently, many times [not vaak, veelal, veel, veelvuldig]
innemen
1) to swallow 2) to take up, conquer, charm [not slikken, innen, veroveren, overwinnnen]
de leraar
the teacher, protestant clergyman [not de docent, de onderwijzer, de docent, de leerkracht]
het tempo
the pace, tempo
het toeval
the coincidence, chance, accident
de streep
the stripe, short stroke [not de strook, de strip]
de geboorte
the birth
kortom
in short, summarised, shortly said [not enfin]
de wil
the will, want
koppelen
to couple, link, clutch, mount (in IT)
de paal
the pole, post, stake, pile, goalpost
de structuur
the structure
de toerist
the tourist
de uitvoering
the implementation, execution, performance [not de prestatie]
het inzicht
the insight, intuition, awareness, senses
de kat
the cat, pussy, female cat [not de poes, de kater]
tweemaal
twice, two times, 2×, ×2
verplaatsen
to move, transfer, remove [not bewegen, ontroeren, verzetten, verschuiven, overbrengen, dragen, overdragen, overslaan]
de echtgenote
the wife [not de vrouw, de echtgenoot]
de letter
the letter (as in A-B-C-D) [not de brief]
de schaal
1) the dish, scale, shallow bowl 2) shell [not de schotel, het gerecht]
afwachten
to wait (for), await, expect [not wachten]
de bibliotheek
the library
althans
already, in advance, for now [not tenminste, minstens]
huren
to rent, hire [not verhuren, gunnen, (ver)lenen, ontlenen]
de/het kamp
1) de: the battle, tournament 2) het: the camp [not de camping, de campagne, de strijd, het gevecht]
het voedsel
the food, nutrient [not het eten, de voeding, de etenswaren, de kost]
zwanger
pregnant
de arbeider
the worker, labourer, blue-collar worker [not de werknemer]
het excuus
the excuse, apology, pretext
midden
in the middle
raden
to guess, advise [not raadplegen]
ophalen
1) to collect 2) to pull up, haul up [not innen, verzamelen]
accepteren
to accept [not aanvaarden]
het aspect
the aspect, appearance
negeren
to ignore
de bodem
the bottom, ground, soil, earth surface [not de kont, de aarde, de aard, de vloer, de grond, het terrein]
stom
stupid, dumb, foolish, speechless, soundless, silent, wordless [not stil, doodstil, kalm, rustig, idioot, dom, dwaas, onnozel, zot, achterlijk]
de aard
nature, character, disposition, earth, the Earth [not de natuur, de aarde, de bodem]
concentreren (zich)
to concentrate, concentrate the mind
het landschap
the landscape, region
verweren
1) to defend 2) to erode (due to rain, wind, etc.) [not verdedigen, hollen]
wekelijks
weekly [not het weekblad]
de literatuur
the literature
het cadeau
the gift, present [not het geschenk, het heden]
de lengte
the length
het document
the document [not het formulier, de documentaire]
de onzin
the nonsense [not de zever]
de temperatuur
the temperature
terechtkomen
to land, end up [not landen, belanden, eindigen, beëindigen]
het bezwaar
the objection, difficulty, obstacle
christelijk
Christian, relating to Jesus Christ [not de chr...]
nogmaals
again, once again [not opnieuw, weeral, wederom, (al)weer, nog eens]
het vervoer
the transport, transportation [not het transport]
onderweg
on the way, en route
het strand
the beach, strand
zwemmen
to swim
het gewicht
the weight
de toestemming
the permission, authorization, agreement
vernietigen
to destroy [not vernielen, verwoesten]
het evenwicht
the balance, equilibrium [not de balans]
de stroom
the flow, stream, current, electricity, electrical current [not de rivier, de beek, de stroming, de straal]
de kring
the circle [not de cirkel]
de toepassing
the application, purpose, use [not de aanvraag]
de vijand
the enemy, adversary, nemesis
de staatssecretaris
the Secretary of State, junior minister [not de minister, de se...]
gunstig
favourable
de reclame
the advertisement, publicity [not de advertentie]
de/het doek
1) de: the cloth, linen, fabric, piece of cloth 2) het: screen, curtain, canvas [not de lap]
het oordeel
the judgement, opinion, verdict, decision [not het vonnis]
de pand
the premises, property, house, pledge, pawn [not het eigendom, het bezit, de bezitting, de eigenschap]
de vlag
the flag
het toestel
the device, appliance, aircraft, airplane [de kist, het vliegtuig, het apparaat, de apparatuur]
het gedicht
the poem
de ingang
the entrance, input
de olie
the oil
de/het schilderij
the painting
het college
the lecture, class [not de lezing]
het plein
the plaza, square, marketplace [not de markt]
de/het datum
1) de: the date (e.g. 28 juli 2016) 2) het: data, information (mostl. pl.) [not de afspraak]
emotioneel
emotional, sentimental
strijden
to fight [not vechten]
uitzonderlijk
exceptional [not buitengewoon]
verlenen
to grant [not gunnen, lenen, (ver)huren, ontlenen]
vers
fresh [not fris]
de duur
the duration
het goud
the gold, Au
bovenop
on top, above, in addition, over and above [not daarop, achterop, erop, waarop, bovenaan, boven, daarboven, hierboven]
trappen
to kick, cycle, step, tread [not schoppen, treden]
hierover
over this, above this, about this [not erom, daarover, waarover]
bezetten
to occupy, fill [not bezighouden, bekleden]
de boel
the bunch, a lot, collection of many things, pile, accumulation, quantity
fris
fresh, chilly, refreshing [not vers]
staken
1) to cease, suspend 2) to strike, go on a strike 3) to tie (votes) [not stoppen, treffen, schorsen, opheffen]
verrichten
to perform, carry out [not uitvoeren, optreden]
gunnen
to grant, think so. deserves sth. [not (ver)lenen, (ver)huren, ontlenen]
de methode
the method [not de aanpak]
vergroten
to enlarge, increase [not uitbreiden]
de status
the status
de massa
the mass, large amount, throng, multitude
rondom
around, round, in the vicinity of [not eromheen, omheen, om, rond, erom]
de ton
the barrel, ton, 1,000 kilogram, 100,000 Euro [not het vat]
de e-mail
the email [not de mail]
functioneren
to function, work [not fungeren, bewerken, werken]
nuttig
useful, handy [not bruikbaar, gewoonlijk, doorgaans]
de tocht
the tour, march, trip, air current [not de tour, de reis]
aandoen
to cause, affect, harm, turn on (e.g. light), put on (clothes) [not aanrichten, aantrekken]
de realiteit
the reality [not de werkelijkheid]
aanvullen
to complement, supplement, complete [not voltooien]
dodelijk
lethal, deadly
het verstand
the head, mind, brain, reason, intellect, knowledge, understanding [not de kop, het hoofd]
bevallen
to please, satisfy; give birth [not voldoen, baren, werpen]
uiten
to express, utter [not uitdrukken, uitbrengen]
de begeleiding
the accompaniment, guidance, supervision [not het toezicht]
gedeeltelijk
partial, partially
registreren
to register [not inschrijven]
afbreken
to break off/down, demolish, decompose, abort, end [not begeven, verbreken, sneuvelen]
informeren
to inform, inquire
permanent
permanent, perennial [not voorgoed, urenlang, eindeloos, oneindig, eeuwig, constant]
daartoe
to that, for that purpose, to that end [not ernaar, daarvoor]
agressief
aggressive
heus
real, genuine, friendly, polite, really, actually, genuinely [not echt, werkelijk, reëel, bevriend, sympathiek, intiem, gezellig, aardig, geschikt, waar, realistisch, authentiek]
lenen
to borrow, lend [not gunnen, verlenen, (ver)huren, ontlenen]
onschuldig
innocent [not zuiver]
opvangen
1) to take care of 2) to catch [not zorgen, verzorgen, bezorgen, pakken, grijpen, nemen, vangen, haken, betrappen, inslaan, opvatten, vatten]
vervullen
to fulfil
zenden
to send, transmit [not sturen, opsturen, versturen]
afronden
to round up/off, wrap up, finish [afmaken, afwerken, voltooien, beëindigen, eindigen, opmaken, klaarmaken]
het familielid
the relative, family member [not het lid]
de namiddag
the (late) afternoon, part of the day after noon [not de middag]
seksueel
sexual, of or relating to sex, gender-related
de bak
the container, crate, box, tub, cup, mug, vehicle/car (informal) [not de box, de kassa, de doos, de kist, het blik]
ondertekenen
to sign, put one's signature under (a document)
aanwijzen
to show to, point at/out, indicate, appoint [not vertonen, uitwijzen, tonen, wijzen, toewijzen, presenteren]
het beest
the animal, beast [not het monster, het dier]
verzetten
1) to move, shift 2) to perform, do 3) to resist [not bewegen, ontroeren, verplaatsen, verschuiven]
bakken
to bake, pan-fry
verkeren
to be, find oneself, be located, be found, +met: get along with [not zijn, heersen, bevinden]
hallo
hello! what's up? [not hoi!]
overblijven
to remain, stay behind [not resteren]
voornaam
prominent, main, important, distinguished [not prominent, voornamelijk, hoofdzakelijk]
bijten
to bite
minimaal
minimum, minimal [not min, minst, minder, minstens, tenminste, het m...]
totdat
until, till [not tot]
vernemen
to learn (of), find out, hear (about) [not leren]
de held
the hero
de meid
the girl, maid [not het meisje]
daaruit
out that, out of that [not daarvan, hieruit, vandaar]
de regeling
the regulation, arrangement [not de inrichting, de indeling, de afspraak, de regel, de regelmaat]
de ring
the ring, beltway
terugvinden
to find again, retrieve [not achterhalen]
de verbetering
the improvement, amelioration, correction, rectification, reparation, amendment
het vervolg
the continuation, sequel
de humor
the humour
omvatten
to include, envelop, encompass
vasthouden
to hold (onto), retain [not houden]
onderhouden
to maintain [not handhaven, volhouden, bijhouden]
het avontuur
the adventure
beheersen
to command, control, master [not bevelen, beheren, aankunen, besturen]
vanzelfsprekend
obvious, self-evident, evidently, obviously, naturally [not duidelijk, kennelijk, blijkbaar, vanzelf, evident]
varen
to sail, go by boat, navigate [not zeilen]
constateren
to ascertain
inrichten
to furnish, equip, set up, arrange, organize
louter
mere, pure, purely [not zuiver, wit, puur]
verderop
further on, further down [not verder, nader, voorts, bovendien]
begraven
to bury
het gerucht
the rumour
de machine
the machine
het symbool
the symbol, sign, glyph
de bocht
the curve, bend, bay [not de boog]
het instrument
the instrument
spontaan
spontaneous, spontaneously
de cursus
the course, class [not het verloop, de loop, de les, de koers, de studie]
middelbaar
middle, secondary [not het m...]
de bevoegdheid
the authority, authorization, competence [not de autoriteit, het gezag]
exact
exact, precise [not precies, identiek, juist, nauwkeurig, duidelijk]
het maximum
the maximum
de seks
the sex, sexual intercourse [not het geslacht]
de studio
the studio (apartment), (broadcasting) studio [not het atelier]
gans
whole, entire, entirely [not geheel, heel, het geheel]
invullen
to fill in [not v...]
de bende
the gang, squad
gigantisch
gigantic
mannelijk
male, masculine
de communicatie
the communication
lelijk
ugly, badly
de afkomst
the origin, birth, descent [not de oorsprong, de herkomst, de bevalling]
bestuderen
to study, investigate [not studeren]
de hoogleraar
the professor [not de professor]
het gevecht
the fight, struggle, battle [not de strijd, de/het kamp]
de identiteit
the identity
overdag
by day, during daytime, in the daytime
de passagier
the passenger
schakelen
to switch, change gear [not ins...]
de stemming
1) the vote, ballot 2) the mood
aanvragen
to request, apply for, order [not verzoeken]
de duidelijkheid
the clearness, clarity
inspireren
to inspire
instellen
to set up, start, configure [not bezetten, vestigen, opzetten]
de alcohol
the alcohol
creatief
creative
hetgeen
that which, which, what [not dat, die, deze]
de gsm
the cell phone, mobile phone, GSM standard (Global System for Mobile Communications)
rondlopen
to walk about, run about [not (weg)l...]
aanbrengen
to apply, mount, attach, fix, adjust [not gelden, toepassen, solliciteren]
langdurig
prolonged, long-term, long-lasting
afvragen
to wonder
beoordelen
to judge, evaluate, assess [not oordelen]
trouw
true, faithful, loyal [not gelovig]
afschaffen
to abolish, abrogate [not opheffen]
intensief
intensive [not intens, hevig]
het personage
the character, role, person, personality [not het karakter]
verlagen
to lower, lower one's standard
wijden
to devote, dedicate, inaugurate, bless
het zwembad
the swimming pool
ingewikkeld
complicated
overdreven
overdone, excessive, exaggerated
de pauze
the break, half-time, pause
verstandig
sensible, wise, able-minded [not wijs]
vertrouwen
to trust, faith [not trouwen]
afleiden
to distract, deduce, infer, derive [not ontlenen, stammen]
het gas
the gas, liquefied petroleum gas [not de benzine, de brandstof]
de leerkracht
the teacher [not de leraar, de docent, de onderwijzer, de leraar]
opeens
suddenly, all of a sudden [not plotseling, ineens, plots, abrupt]
de paniek
the panic
verzinnen
to invent, make up [not uitvinden]
de doelstelling
the goal, objective [not het doelpunt, het doel, de goal, de treffer]
strikt
strict, strictly [not streng]
zodanig
such, so, in such way [not zulk, dergelijk, zo'n, zoiets]
de bol
the sphere, globe, ball, bulb, (ice) scoop, dot, round spot
hechten
to attach, bind, suture, stitch
kleuren
to color, paint, blush, turn red
de tekening
the drawing
de bom
the bomb
de/het boord
the board (of ships), collar (of a shirt), border, boundary [not de kraag, de grens]
uitkijken
to look out on, look forward to, watch, be vigilant
zeldzaam
rare, scarce, rarely, seldom [not zelden, raar, amper, schaars]
alleszins
in every way, completely, in all respects [not alles, compleet, volledig, volkomen, totaal, heel, helemaal, voluit, volstrekt]
de bedreiging
the threat, menace [not de dreiging]
de kleren
the clothes, clothing [not de kleding, de kledij]
de medicijn
the medicine [not het geneesmiddel, de drug]
de/het opzet
1) de: the plan, design, concept 2) het: the intention [not het plan, het voornemen, de bedoeling]
uitbrengen
to publish, release, bring out, utter [not publiceren, uitgeven, uitdrukken, uiten]
de collectie
the collection [not de verzameling]
de wetgeving
the legislation
de kleding
the clothing, clothes [not de kledij, de kleren]
joods
Jewish (concerning the Jewish religion)
het kanaal
the channel, canal [not de zender, de straat, de gracht, de sloot]
het klimaat
the climate
regeren
to reign, govern, rule, control, direct, conduct
het terras
the terrace, outdoor café
het aanzien
the respect, prestige [not het opzicht, het respect]
de bijeenkomst
the meeting [not de ontmoeting, de vergadering]
doorbreken
to break through, break, break in half [not breken, sneuvelen]
zuiver
pure, clean, tidy, net, guiltless [not puur, louter, wit, onschuldig]
besparen
to spare, save from, save (money), economize [not sparen, redden]
keuren
to test, taste, sample, inspect, assess [not proeven, toetsen, testen, smaken, checken, inzien]
onthouden
to remember, keep in mind, retain, withhold, deny, abstain (+zich) [not herinneren, gedenken]
de supermarkt
the supermarket
aanduiden
to indicate
de tent
the tent, pavilion
het vermoeden
the presumption, suspicion, assumption
evenals
as well as, just like, just as [not evengoed]
Grieks
Greek, Grecian
ingrijpen
to intervene
het kasteel
the castle
de ruil
the exchange, swap
bereiden
to prepare [not voorbereiden, klaarmaken]
braaf
good, well-behaved, obedient, honorable, virtuous [not goed]
neerleggen
to put down, lay down [not neerzetten, wegleggen, opbergen, storten, opslaan]
berekenen
to calculate, compute [not uitrekenen]
moreel
moral [not de m...]
saai
boring, tedious
tegenkomen
to encounter [not aantreffen, ontmoeten, treffen, stuiten]
het verdrag
the treaty [not het verbond, de vrede]
de aanwijzing
the sign, indication, hint [not het teken, het signaal]
de echtgenoot
the husband, spouse [not de man, de echtgenote]
suggereren
to suggest
uitwerken
to elaborate, expand, effect, put in place
de vrucht
the fruit [not het fruit]
allereerst
in the first place, firstly [not eerste, allerlaatst, allerminst]
ruimen
to clean up, put away, tidy up, make more spacious, empty [not schoonmaken, opr..., poetsen]
de voorganger
the predecessor
burgerlijk
civil
wapenen (zich)
to arm, give weapons to, reinforce, protect
adviseren
to advise, recommend
boeien
to entertain, captivate, fascinate, interest, tie down, tie up, bind, shackle [not vermaken, amuseren, koesteren]
het Duits
the German (language)
gebruikelijk
usual, customary [not gewoon]
het monument
the monument
namens
on behalf of, in the name of
opsluiten
to lock up, lock in, imprison
voeden
to feed
het gelijk
the right (as in correct), truth [not het recht, de rechterhand]
machtig
powerful, heavy (food), powerfully [not krachtig]
de misdaad
the crime, bad deed [not het misdrijf, de criminaliteit]
opduiken
to emerge, appear [not opdagen]
de aanvraag
the request, application [not de toepassing, het verzoek, de bestelling, de opdracht, de/het order]
de architect
the architect
benaderen
to approach, approximate [not naderen]
de overtuiging
the conviction, belief, persuasion, opinion [not de veroordeling]
de scheiding
the separation, divorce
bezighouden
to occupy, keep busy, occupy oneself, be productive [not bekleden, bezetten]
de vleugel
the wing (of bird, building, army, party, etc.), grand piano
falen
to fail, default (payments) [not sneuvelen, afgaan]
de medaille
the medal
de omvang
the size, girth, circumference, perimeter, scope, range [not de maat, de groote]
straffen
to punish, sentence [not bestraffen]
het verblijf
the stay, place where to stay
de muzikant
the musician
vereisen
to require, need [not vergen]
voorheen
before, formerly, used to [not daarvoor, alvorens, tevoren, eer(der), voor/-dien/-dat/-af/-aleer]
het wezen
the being, being, creature, essence of something
blank
white, blank, pale [not wit, kaal, bleek, naakt]
de opvatting
the view, opinion, concept, idea [not de mening, de opinie, het uitzicht, het zicht]
keihard
hard as a rock, extremely powerful, very loud [not hard, straf, stenen, hardop, luid, uitermate, uiterst, waanzinnig, verschrikkelijk, buitengewoon, enorm, extreem, luidruchtig]
regenen
to rain, precipitate, pour down
waarderen
to appreciate, value, estimate the value [not lusten, (in)schatten, achten]
de fractie
the party, group, fraction [not de partij]
gemeenschappelijk
common, communal [not gemeentelijk, gemeen]
de generaal
the general
ongelukkig
unhappy, unfortunate [not wanhopig]
opzoeken
to visit, seek, look for, look up [not bezoeken]
vrijwillig
voluntary, of one's own free will
bijeen
together [not samen, tesamen, tezamen]
de haat
the hate, hatred
de kip
the chicken, hen
literair
literary, relating to literature
aanstellen
to appoint, commission, name for a role, attitudinize [not benoemen]
het voorwerp
the object [not het object]
enerzijds
on the one hand [not daarentegen, anderzijds]
de garantie
the guarantee, warranty
talloos
countless, innumerable
de wandeling
the walk, ramble
de toren
the tower, rook (in chess)
de bestemming
the destination, purpose, aim for one's life
openlijk
openly, overt [not open, openbaar, publiek, the verbs o...]
de uitgever
the publisher [not de uitgeverij]
de zitting
the seat, session, meeting [not de zetel]
de armoede
the poverty
opmaken
to conclude, infer, finish, use up, eat up, make (a bed) [not concluderen, afmaken, afwerken, afronden, voltooien, beëindigen, eindigen, klaarmaken]
wennen
to get used to, become accustomed, become familiar
gering
slight, little, insignificant, trivial [not weinig, klein]
de invoering
the introduction, implementation [not de introductie, de inleiding]
het onderscheid
the distinction, difference
opbrengen
to yield, produce, afford the energy or capacity for [not opleveren]
het bad
the bath, bath tub
de prioriteit
the priority
protesteren
to protest, object, disagree [not demonstreren, voordoen, (aan)tonen, uitwijzen, betogen]
allicht
probably [not waarschijnlijk]
handhaven
to maintain, persevere [not onderhouden, volhouden, bijhouden, handelen, hanteren, aanpakken]
de mail
the mail, esp. email [not de e-mail]
de route
the route, itinerary [not het traject, het parcours, de loop]
de huisarts
the general practitioner, GP [not de arts]
ikzelf
myself [not mijzelf]
de jood
the Jew (adherent of Judaism)
de pc
the PC (personal computer), pc (political correctness)
talrijk
numerous
het toneel
the stage, podium, scene, theater [not het stadium, het podium, de etappe, de scène, de fase, de stage]
vies
dirty (not clean), bad-tasting [not vuil, smerig]
de zelfmoord
the suicide
de kassa
the cash desk, checkout, box office [not de box, de doos, de kist, de bak]
de nadruk
the emphasis
de pech
the bad luck, bad karma
achterhalen
1) to retrieve, recover, find out, discover 2) to overtake, hunt down [not passeren, inhalen, jagen, ontdekken, terugvinden, bekomen, herstellen, bijkomen, opknappen, uitvinden, overnemen, overvallen]
doorheen
through [not door, erdoor, daardoor]
de garage
the garage, auto shop
bedienen
to serve, operate, be assistance of [not dienen, opdienen, serveren, voorzetten, steunen, helpen]
formeel
formal
de landbouw
the agriculture
de loopbaan
the career, orbit (astronomy) [not de carrière]
nader
closer, near, more nearby, more precise [not verder, verderop]
de neef
the nephew, male cousin [not de nicht]
het toezicht
the supervision, oversight [not de begeleiding]
het verloop
the course (development in time), process [not de cursus, de stoet, de loop, het proces, de evolutie, de gang]
veronderstellen
to suppose, presume, guess
geleidelijk
gradual
inhouden
to contain, encompass, include, imply, mean, contain oneself
omzetten
to convert, turn, flip
afzien
to forgo, give up, relinquish, suffer, cheat
begaan
to commit (e.g. a crime), walk up on, tread on [not plegen]
het behulp
the help, aid [not de hulp]
het leed
the sorrow, grief, harm
opgroeien
to grow up, to spend childhood [not uitgroeien, groeien, toenemen, kweken, bloeien, oplopen, verhogen]
schoppen
to kick [not trappen]
de vertaling
the translation
afwijzen
to reject, decline, turn away [not verwerpen, afkeuren, vervallen, afdoen]
neerzetten
to put down, set down, deposit [not neerleggen, wegleggen, storten, opslaan, opbergen]
proeven
to taste, test by tasting, experience, try [not smaken, keuren, testen, toetsen]
het uiterlijk
the appearance [not de schijn, de verschijning]
vlakbij
close, near, close to [not dichtbij, nabij, bij, dicht, krap]
zozeer
so much [not zoveel, zover]
het apparaat
the device, apparatus [not de apparatuur, het toestel]
duiden
to point at, point to, refer to, suggest, explain, clarify [not wijzen]
geliefd
beloved, popular, widely liked [not het lief]
hooguit
at most [not hoogstens]
de uitgeverij
the publisher, publishing house, publishing company [not de uitgever]
voordoen
1) to occur 2) to show, demonstrate 3) to pose as [not voorkomen, plaatsvinden, demonstreren, (aan)tonen, uitwijzen, betogen, gebeuren, afspelen, overkomen, voltrekken]
de dialoog
the dialogue, talk
de mededeling
the announcement, notice [not de melding]
overbodig
superfluous, redundant
uitroepen
to exclaim, proclaim, cry out [not roepen, brullen]
de buitenlander
the foreigner, alien
aandringen
to insist, mark, point out
de context
the context, background, surroundings
de minister-president
the prime minister, premier, first minister [not de premier]
de ontvangst
the reception, welcome, acknowledgement [not de receptie]
de opvoeding
the upbringing, education
reserveren
to reserve, book
vervelen (zich)
to be bored, annoy, pester, disinterest, inspire boredom [not balen]
heet
hot (as in warm); spicy [not warm]
de video
the video, movie, videotape
de noodzaak
the necessity, need [not de behoefte, de nood]
de presentatie
the presentation [not de voorstelling]
de prinses
the princess
aangaan
to start, turn on, enter (e.g. a contract), be a concern [not beginnen, ontstaan, starten, opstarten]
formuleren
to formulate
grof
coarse, gross, rough, rude
uitoefenen
to exercise, exert
de enquête
the survey, investigation [not het overzicht, het onderzoek, de recherche]
flauw
weak, languid, boring, tasteless, bland, vague, hazy [not slap, zwak]
romantisch
romantic
de trui
the sweater, jumper, pullover
de poort
the gate
uitvallen
to drop, fall out, stop functioning, turn out, result in [not zakken, dalen, vallen, invallen, neerkomen, zakken]
elektrisch
electric
omringen (zich)
to surround [not omgeven]
de pop
the doll, cocoon, pupa
voorzetten
place in front, serve, assist (sports) [not doorgaan, voortzetten, bedienen]
de vooruitgang
the progress
het examen
the exam, examination
failliet
bankrupt
meewerken
to contribute, cooperate [not bijdragen]
de melk
the milk
actueel
current (time), present [not huidig, tegenwoordig]
de eigenschap
the property, feature, quality, characteristic [not het kenmerk, de pand, het eigendom, het bezit, de bezitting]
meebrengen
to bring along, bring with [not brengen]
het nut
the use, point, sense, benefit [not het gebruik]
uitgroeien
to grow, develop, grow larger [not groeien, opgroeien, bloeien, kweken, toenemen, verhogen]
vergissen (zich)
to be mistaken, make a mistake [not mankeren]
de verplichting
the obligation
de dans
the dance
het geduld
the patience
lichamelijk
physical, bodily [not fysiek]
verwarren
to confound, confuse, befuddle, tangle
achteraan
behind (at the back of), behind, following [not achter, daarachter, erachter]
paren
to pair, mate, copulate [not vrijen]
het perspectief
the perspective
uitdelen
to distribute, deal out, share, divide out [not verdelen, delen]
ultiem
ultimate
inzien
to see, realize, glance over, inspect quickly [not zien, bladeren, beseffen, realiseren, keuren, checken]
opheffen
1) to lift up 2) to abolish, discontinue, disband, suspend [not tillen, lichten, heffen, afschaffen, schorsen, staken]
de liefhebber
the lover, fan, enthusiast, amateur, dilettante [not de minnaar]
afspelen (zich)
to happen, play out, take place, play (e.g. a tape) [not gebeuren, overkomen, plaatsvinden, voltrekken, voorkomen, voordoen, voltrekken, voordoen, overkomen]
feitelijk
factual, actual, in fact, de facto, actually
de kanker
the cancer (disease)