Level 10 Level 12
Level 11

General 4


476 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
geldig
valid
meevallen
to turn out not too bad, be better than expected, be not so bad
het pond
the pound (in NL often 500g)
de sloot
the ditch, trench [not de gracht, het kanaal, de gracht]
verwaarlozen
to neglect, slack off
de aanvang
the commencement, inception, beginning
het cliché
the cliché, stereotype
ophangen
to hang up [not hangen]
het orgaan
the organ (part of an organism) [not het orgel]
rechtvaardigen
to justify, provide an explanation [not verantwoorden (zich)]
tropisch
tropical
de bon
the coupon, ticket, receipt, voucher
het citaat
the quotation
comfortabel
comfortable, cozy [not gemakkelijk]
het continent
the continent
het formaat
the format, size, stature, importance
identificeren
to identify
indertijd
at the time, back then [not destijds, tegelijk, tegelijkertijd, toekomstig, vervolgens, dan, toen, toenmalig]
kunstmatig
artificial
de landgenoot
the countryman, compatriot
het taboe
the taboo
theoretisch
theoretical
verhuren
to let, rent out, rent [not (ver)lenen, huren, gunnen, ontlenen]
de welvaart
the prosperity, welfare [not het welzijn]
willekeurig
arbitrary, random
herhaaldelijk
repeatedly
pensioneren
to retire, pension, take a pension
wederzijds
mutual, reciprocal [not onderling]
wegnemen
to take away [not afnemen]
de academie
the academy
gehandicapt
disabled, handicapped
de hekel
the dislike, hatred
ietwat
somewhat [not enigszins]
ongewenst
unwanted, undesirable
overhouden
to have left (after everything else is gone)
de pastoor
the pastor, priest [not de priester, de dominee]
schriftelijk
written, in writing
de teleurstelling
the disappointment
de agressie
the aggression, attack [not de aanvall, de aanslag]
andersom
vice versa, in the other way round [not anderzijds]
opblazen
to blow up, inflate, upblow, explode, set off [not wapperen, blazen, stormen, waaien]
het platteland
the countryside, country
rot
rotten, spoiled, decayed, tedious, unkind, mean
universitair
university, academic [not de u...]
verwelkomen
to welcome [not inhalen, welkom!]
de wraak
the revenge
aankunnen
to manage, be able to handle, be able to take [not beheren, beheersen, besturen]
de aap
the monkey, ape
de actualiteit
the current event, topicality [not de kwestie]
beleggen
to invest, cover, smear, butter
besmetten
to infect (esp. with a disease)
bevelen
to order, command [not de order, beheersen]
bewonen
to live in, inhabit [not wonen, leven, samenwonen]
cool
cool, fashionable [not koel, leuk]
diplomatiek
diplomatic
geregeld
regular, controlled, regularly [not regelmatig, regulier, steevast, gewoon]
de huur
the rent, renting, hiring
sympathiek
sympathetic, nice, kind, friendly, likeable [not bevriend, vriendelijk, intiem, gezellig, aardig, heus, geschikt]
het toneelstuk
the play (theatre)
trakteren
to treat (to give food at no expense) [not behandelen]
de variatie
the variation [not de variant]
de wc
the toilet, water closet [not het toilet]
wederom
again, once again [not nogmaals, opnieuw, weeral, (al)weer, nog eens]
de werkdag
the working day, workday
afgaan
to fail, go off, go down, to lose face, ring [not sneuvelen, falen]
het gehoor
the hearing, audience, interview
invallen
to fall into, begin suddenly, fill in, strike [not vallen, uitvallen]
mits
provided that, as long as
het tijdperk
the era, age [not het tijdstip, de periode, de termijn]
het T-shirt
the T-shirt
allesbehalve
anything but (that surely not)
consequent
consistent, consequent, resulting [not bijgevolg, zodoende]
de software
the software [not het programma]
uitsterven
to die out, become extinguished [not sterven, omkomen, overlijden, doodgaan, doven, uitmaken]
allerhande
all kinds of [not allerlei]
bevriezen
to freeze, stop, halt
het fragment
the fragment [not de flard, de brok, het stuk, het part, het deel, de brok, het onderdeel]
de sympathie
the sympathy [not het medelijden]
het vooroordeel
the preconception, prejudice, bias
de begeleider
the supervisor, tutor, mentor, accompanier, escort, guide [not de coach, de adviseur, de assistent]
de hogeschool
the college [not het college]
integraal
integral
de lof
the praise
de opbouw
the construction, structure [not de aanleg, de constructie, de bouw]
oversteken
to cross [not de steken, kruisen, overschrijden, overstappen]
de problematiek
the problem, collection of problems [not het probleem, de vraag]
uitvoerig
detailed, extensively
de verkoper
the seller, salesman
waartoe
to (up to, until) what/which
aanmoedigen
to encourage [not aanzetten]
achterin
in the back, in the rear (of) [not achter]
het bestand
the archive, file, truce [not het dossier]
ongeacht
regardless of
ontlenen
to derive, borrow [not afleiden, gunnen, (ver)lene, stammen, (ver)huren]
overstappen
to transfer, change (e.g. the subject or opinion) [not wijzigen, veranderen, over/-handigen/-schrijden/-brengen/-dragen/-slaan/-steken, dragen, verplaatsen, kruisen]
de vijver
the pond, small and shallow lake
het voorval
the incident, event [not het incident]
de weduwe
the widow
wegleggen
to put away, put aside, store [not neerzetten, neerleggen, opbergen, storten, opslaan]
aanrichten
to cause, inflict, wreak [not aandoen]
bijstaan
to assist, stand nearby [not steunen, helpen]
overwinnen
to overcome, defeat, crush, overcome, conquer, get over [not veroveren, innemen]
de schijf
the slice, disk [not de plak]
de vorst
1) the monarch, prince, rule 2) the frost, freeze, frosty weather
de bevestiging
the confirmation, attachment
fatsoenlijk
decent [not behoorlijk]
geruim
considerable [not aanzienlijk]
de kledij
the clothing, costume [not de kleding, de kleren, het kostuum]
planten
to plant, seed
proper
tidy, clean [not netjes, keurig, net]
restaureren
to restore
het zelfvertrouwen
the self-confidence, self-reliance
hopeloos
hopeless [not wanhopig]
de tank
the tank, fuel tank, armored battle vehicle
uiterlijk
external, latest, at latest, no later than [not extern]
verleiden
to seduce, tempt
het vuurwerk
the firework, fireworks
zuinig
frugal, economical, efficient, not wasteful
afstaan
to give up, relinquish, cede [not opgeven]
de architectuur
the architecture
de evaluatie
the evaluation
de folder
the leaflet (folded brochure) [not de map, de portefeuille]
de gunst
the favor
de kermis
the fair, funfair
de/het leer
1) de: the doctrine 2) het: the leather
de sprong
the jump, leap
het varken
the pig
verwoorden
to articulate, word, express in words, formulate
de essentie
the essence, core [not de kern, het midden]
de kar
the cart
de kijk
the look, view [not de blik]
de overeenstemming
the agreement, shared view [not de overeenkomst, het akkoord]
de overweging
the consideration [not de beschouwing]
de psycholoog
the psychologist [not de psychiater]
de spot
1) the spotlight, TV spot, ad 2) the mockery
winkelen
to shop, go shopping
de bel
the bell, bubble
de keten
the chain, fetter, leash, series [not de ketting]
oppassen
to babysit, take care, nurse, watch out, beware [not verzorgen, observeren, bewaken, bewaren, na–, uit–, toekijken, kijken, waken]
pompen
to pump
schenden
to harm, violate
de stop
the stop, cessation, plug for a sink [not de halt]
het vraagteken
the question mark, ?
corrigeren
to correct
de echo
the echo
het geschrift
the writing [not het schrift, het handschrift]
de inlichting
the information, intelligence, source of information [not de informatie, het gegeven]
het menu
the menu
de taart
the cake, pie [not de cake, het gebak]
aanschaffen
to purchase, buy [not aankopen, kopen]
ethisch
ethical
de kopie
the copy [not het exemplaar]
levendig
lively, living
het vaderland
the (native) country, country of birth, fatherland
de standaard
the standard, norm
baren
to bear, give birth, cause, bring about [not verdragen, bevallen, werpen]
het contrast
the contrast, antithesis [not de tegenstelling]
ferm
firm, mighty [not stevig]
genetisch
genetic, genetically
globaal
rough, general, not precise, global, worldwide [not ongeveer, ruw, ruig, pakweg]
pesten
to bully, annoy, tease
de privacy
the privacy
uitlopen
to sprout, lead to, turn out, end, arise, walk out
de dosis
the dose, dosage [not de doos, het blik]
krap
tight, without much room, narrow, close [not strak, nauw, dicht, dichtbij, nabij, smal, eng]
overheersen
to dominate [not domineren, heersen]
de truc
the trick
de vaardigheid
the skill
associëren
to associate
bestraffen
to punish [not straffen]
de psychiater
the psychiatrist [not de psycholoog]
het speelgoed
the toys
het zeil
the sail
de apparatuur
the equipment, set of devices [not het apparaat, het toestel]
inbouwen
to build in, install, incorporate [not inzetten]
isoleren
to isolate, insulate
de metro
the metro, underground, subway, tube [not de pijp, de buis]
de piloot
the pilot
de redding
the rescue, rescuing
het schema
the scheme, conceptual model, visualisation, diagram
toekomen
to get round to, send, arrive, be worthy of
uitverkopen
to sell out [not verkopen]
de deal
the deal, agreement
overtreffen
to surpass, outdo
de invulling
the interpretation, explanation, filling-in, elaboration [not de interpretatie]
de erfenis
the heritage, inheritance
de vacature
the vacancy, job opening [not de vakantie, de werkgelegenheid]
afkeuren
to disapprove of, condemn, fail, refuse, reject [not verwerpen, afwijzen, vervallen, afdoen]
het dal
the valley
experimenteren
to experiment
idioot
idiotic, foolish, stupid, annoying [not dom, dwaas, onnozel, stom, zot, achterlijk]
inschatten
to assess, estimate, evaluate [not schatten, waarderen, achten]
de introductie
the introduction [not de invoering, de inleiding]
de kerst
the christmas
het meer
the lake
overdrijven
to exaggerate, overstate
rauw
raw, uncooked, rough, cruel, gross, rude [not wreed, streng]
slordig
untidy, unkempt, sloppy, careless, undisciplined, haphazard
verleden
past, last, previous [not afgelopen, not het v...]
het verlof
the leave, furlough, leave of absence, permission, authorization
zaaien
to sow, plant seed, start, set in motion
de beschaving
the civilization
demonstreren
to show, demonstrate, prove [not protesteren, voordoen, (aan)tonen, uitwijzen, betogen, presenteren]
de dirigent
the conductor, director (leader in music ensembles)
de tweeling
the twin, twin sibling
veelvuldig
frequent [not veel, veelal, dikwijls]
de woestijn
the desert, wasteland
zinvol
meaningful, making sense
aanmelden (zich)
to sign up, enroll, register, apply, announce, log in
bruikbaar
useful, handy, usable, functional, operable [not nuttig, gewoonlijk, doorgaans]
de camping
the campsite, trailer park [not het kamp]
het compliment
the compliment
dopen
to dip, immerse, baptize, christen, give a name
kappen
to cut (e.g. hair), chop, cut down, fell, cease, give up [not knippen, snijden]
moedig
brave [not dapper]
opknappen
to overhaul, renovate, refurbish, take care of, get better, recover, recuperate [not verbouwen, bekomen, herstellen, bijkomen, achterhalen]
de vlakte
the plain, expanse (of flat land), flatness [not het vlak, de oppervlakte]
de bewering
the assertion
erna
after it [not hierna, waarna, nadat, waarop, nadien, ernaar, ernaast]
interviewen
to interview
de kalender
the calendar
ongelijk
unequal, different, uneven, rough, bumpy
het sprookje
the fairy tale, very pleasant situation
de uitstap
the trip, tour, excursion [not de reis]
de buurvrouw
the (female) neighbour, woman next door [not de buurman, de buur]
de chocolade
the chocolate
de hoofddoek
the headscarf
inhalen
to overtake, pass (traffic), welcome, receive warmly [not overvallen, passeren, achterhalen, verwelkomen, overnemen]
het kleintje
the little one, child [not het kind, de puber, de baby, het kleinkind, de kleuter, de jongen]
de mythe
the myth
schandalig
scandalous, shameful
verouderen
to age, become old
de volgorde
the order, ordering, sequence [not de order, de orde, de bestelling, de rangschikking]
de bevrijding
the liberation
de inspecteur
the inspector, assessor
manipuleren
to manipulate [not beïnvloeden, bewerken]
de opgave
the task, assignment [not de opdracht, de taak, de missie, de klus, het werk, de job]
vissen
to fish, catch fish
het ideaal
the ideal, perfect standard, example, utopic aspiration
ironisch
ironic, ironical, ironically
kopiëren
to copy
opeisen
to claim, demand [not beweren, vorderen, eisen]
de strip
the cartoon, comic, strip [not de strook, de streep]
de troon
the throne (ornate seat)
uitermate
extremely [not extreem, uiterst, waanzinnig, verschrikkelijk, buitengewoon, enorm, keihard]
vergaderen
to meet, gather, assemble [not ontmoeten, aantreffen, treffen]
vermits
since, as, because [not want, sinds, sedert, sindsdien]
wegvallen
to be lost, become absent, disappear, left out, omitted [not mankeren, verdwalen, verdwijnen]
de bestelling
the order (requesting a product or service) [not de volgorde, het bevel, de/het order, het verzoek, de aanvraag, de opdracht]
boeiend
fascinating, captivating, interesting
bronzen
bronze, bronzen
de diagnose
the diagnosis, analysis
driekwart
three-quarter, three-quarters, 3/4
het lief
the beloved (i.e. boy-/girlfriend)
de materie
the matter [not het materiaal, de stof, het ding]
ontnemen
to deprive, take from
afstemmen
to tune, adjust, coordinate
de helikopter
the helicopter, chopper
indelen
to classify, group
de inleiding
the introduction [not de invoering, de introductie]
lek
leaky, flat [not vlak, plat]
het metaal
the metal
uitkiezen
to pick, select [not plukken, selecteren, uitzoeken, kiezen, verkiezen]
afbeelden
to depict, portray, represent
afdoen
1) to take off, remove 2) to dismiss, reject 3) to complete, fulfill 4) to determine, decide [not uittrekken, verwerpen, afkeuren, afwijzen, vervallen, afnemen]
afrekenen
to settle the bill, pay, kill [not betalen, vergoeden, compenseren]
de benzine
the petrol, gasoline, gas [not het gas, de brandstof]
bont
multi-coloured, party-coloured, motley, mixed
de conferentie
the conference, convention
de juf
the (female) teacher, school mistress [not de juffrouw]
het medium
the medium, means, system, means of communication, data medium
de pijl
the arrow (projectile, indicator)
pittig
spicy, piquant, energetic, serious, difficult, pithy, terse
de planning
the planning, schedule
razend
furious, raging [not woedend]
allerlaatst
very last, latest, most recent, newest, very recently [not allereerst, allerminst, laatst, recent, net, daarnet, onlangs]
de explosie
the explosion
de portie
the serving, portion, part, amount
de slang
the snake, hose (flexible tube), slang, argot [not het dialect, de pijp, de buis]
de toets
1) the key (as in keyboard) 2) the test, examination [not de sleutel]
de verpakking
the packing, packaging
hoeverre
to what extent
het journaal
the news, newscast, TV news program, logbook, notebook [not het nieuws, het dagblad, de krant, de flits, het artikel, het bericht]
de kapel
the chapel, shrine, small temple, orchestra
het paradijs
the paradise
de plak
the slice, rasher, slab, plaque on teeth [not de schijf]
revolutionair
revolutionary
voorin
in (the) front [not vooraan]
afhalen
to pick up, take away, collect [not oprapen, oppikken, pikken]
fanatiek
fanatic
hakken
to cut, hew (out), hack, chop [not snijden, vellen, kappen, knippen]
het luik
the (window) shutter, (ship's) hatch [not de jaloezie]
stammen
to date, descend, derive [not dateren, afleiden, ontlenen]
de afwijking
the deviation, anomaly, abnormality
checken
to check, inspect, examine [not controleren, nakijken, nagaan, keuren, inzien]
de drang
the urge, pressure, longing [not de druk]
duister
dark, obscure [not donker, het d...]
de regelmaat
the regularity [not de regel, de regeling]
de verantwoording
the responsibility, accountability [not de verantwoordelijkheid]
het volume
the volume
de boter
the butter
identiek
identical, exactly equal [not precies, exact, juist]
onnozel
silly, goofy, naive, gullible, dumb, stupid [not lullig, idioot, dom, dwaas, stom, achterlijk]
pogen
to attempt [not trachten]
de profeet
the prophet, soothsayer
de prooi
the prey, catch
voornemen
to plan, intend [not plannen]
het wantrouwen
the distrust
het wetsvoorstel
the bill, legislative draft, legal proposal [not de rekening]
de wijsheid
the wisdom, saying, adage
zodoende
consequently, in so doing, thereby [not consequent, bijgevolg, daarbij, waarbij, erbij, hierbij]
landen
to land, arrive on land [not terechtkomen, belanden, eindigen, beëindigen]
de mist
the fog, mist
de nachtmerrie
the nightmare
de ondergang
the downfall, destruction, setting (of the sun/moon)
de rat
the rat
het bereik
the reach, range, compass (area)
de beschouwing
the consideration, view [not de overweging]
het betoog
the argument, plea [not het argument, de redenering, het debat]
het binnenland
the inland, the domestic territory
de buitenkant
the outside, outer side [not de buitenwereld, de overkant]
chic
chique, chic, well-dressed
de eend
the duck, Citroën 2CV
gokken
to gamble, guess
instorten
to collapse
de/het order
the order (instruction or request), command [not de volgorde, de bestelling, de orde, het bevel, de beschikking, het verzoek, de aanvraag, de opdracht]
de rede
the address, discourse, speech, reason [not de toespraak, de spraak]
regelrecht
straight, downright [not recht]
uitdrukkelijk
explicit, expressly [not expliciet]
de beer
the bear
komisch
comic, comical
redeneren
to reason, speak
de verwarming
the heating, heating system [not de kachel, de oven]
woeden
to rage
de communist
the communist
daaronder
under that, thereunder
doortrekken
1) to extend 2) to flush (toilet) [not uitbouwen]
de harmonie
the harmony
de puber
the adolescent, pubescent child [not het kleintje, het kind, het kleinkind, de kleuter, de jongen, de baby]
de rijst
the rice
de spreker
the speaker, orator, lecturer
de kantine
the canteen, cafeteria, snack bar
de molen
the mill
de zijkant
the side, edge [not de kant, de zijde]
de kas
the greenhouse, cash
kerkelijk
ecclesiastical, church, adhering to a church
verslaafd
addicted to, depending on (esp. drugs)
de breedte
the width, latitude
erdoor
through it [not doorheen, door, daardoor]
de koelkast
the refrigerator
kwijtraken
to lose [not verliezen]
meegeven
to give to s.o (to be taken along) [not geven, bezorgen]
opeten
to eat up, devour [not eten]
sporten
to play a sport, exercise [not spelen]
het verbond
the treaty, covenant, alliance, union, federation, association [not het verdrag, het verband, de vrede, de unie, de vakbond, de vereniging, de bond, de club, het gezelschap]
verpakken
to wrap up, package, box, bag, tarp [not hullen, wikkelen]
voortkomen
to originate (from), result [not representeren]
weerhouden
to withhold, hold back
het beton
the concrete (building material) [not de/het concreet]
de box
the (loud)speaker, playpen [not de doos, de kist, de bak, de kassa]
eergisteren
day before yesterday, ereyesterday
het heden
the present, present day [not thans, het cadeau]
de pap
the porridge, mush
wezenlijk
substantial, essential, fundamental, real, existing [not realistisch, werkelijk, echt, effectief, eigenlijk]
alsmaar
ever, all the time [not ooit, sindsdien]
giftig
toxic, poisonous, venomous
hieruit
out this, out of this, from this [not vandaar, daaruit, daarvan]
boren
to drill
doorstaan
to endure, weather, withstand
gelovig
religious, faithful [not trouw]
het kruid
the herb, spice
de moraal
the moral (of a story), morals, motivation (in sports) [not de motivatie]
oftewel
or, also called, i.e.
beslaan
to cover, occupy, surround, envelop, fog up, shoe [not dekken, bedekken]
jegens
towards, against, in competition with [not toe, naar, tegemoet]
meekrijgen
to get, receive, experience [not krijgen, ontvangen, geraken]
steil
steep
de strook
the strip, stripe [not de streep, de strip]
het blijk
the token, mark
de omgang
the contact, procession, march, relationship [not het contact, de stoet]
opdringen
to impose, to push so. (to do sth) [not opleggen, stoten, duwen, drijven, schuiven, verdringen, uitbreiden, dringen]
de shit
the shit, crap (also interjection)
de uitwerking
the effect, consequence, elaboration [not het effect]
het brein
the brain, mastermind [not de hersenen]
de friet
the french fries, chips
de microfoon
the microphone
opvatten
to take, interpret [not nemen, pakken, inslaan, vertalen, interpreteren, uitleggen, weergeven, grijpen, vatten, vangen, haken, betrappen, opvangen]
tegenaan
against (touching), into (in collision with) [not tegen, tegenover]
tegenovergesteld
opposite [not het tegendeel, tegenover, tegen]
lui
lazy [not loom]
de rolstoel
the wheelchair
verwarmen
to warm, heat
abstract
abstract
de ridder
the knight
toetsen
to test, put to the test, examine, try, attempt [not testen, keuren, proeven, smaken]
vastzitten
to get stuck, be stuck
afvallen
to fall down, lose weight, slim down, drop out, renounce, renege [not valen, afnemen]
betrekkelijk
relative, rather, quite, fairly
het etiket
the label, tag
inzitten
to sit in, contain, worry (about), be concerned (about) [not z...]
overlaten
to leave (for s.o. to decide or pick up) [not weggaan, verlaten]
permitteren
to afford, allow, permit [not toestaan, veroorloven, mogen, toelaten]
vanwaar
from where, why [not waaruit, hoezo]
weggooien
to throw away [not werpen, smijten, dumpen, g...]
de brievenbus
the letterbox, postbox, mailbox
het formulier
the form (a document to be filled out) [not de vorm, het document]
het goed
the good(s), estate, manor
het kostuum
the suit, costume, dress [not het pak, het kleed, de jurk, de kledij]
onbelangrijk
unimportant
de vlinder
the butterfly
de zegen
the blessing, benediction, boon
samenvatten
to summarize [not samenstellen]
daarbuiten
outside that [not de buitenkant, buiten, eruit, erbuiten]
het standbeeld
the statue [not het beeld]
het taalgebruik
the language usage, way of speaking
de duw
the push [not de ruk, de slag]
oppikken
to pick up, glean [not oprapen, afhalen, pikken]
de prent
the print, printed picture [not de druk]
zagen
to saw (e.g. wood), to nag (speak annoyingly)
hoelang
how long? until what point in time?
het ijzer
the iron, Fe, iron bar, iron tool [not het staal]
de koorts
the fever
de poster
the poster, billboard [not de/het affiche]
de wolf
the wolf
de christen
the Christian (a believer in Christianity)
de nota
the note, annotation, bill, invoice [not de noot, de aantekening]
de snoep
the sweets, candy
zeilen
to sail (a sailboat) [not varen]
de bezitting
the possession [not het bezit, het eigendom, de pand, de eigenschap]
de onderkant
the underside, bottom
de viool
the violin, fiddle
de ontspanning
the relaxation, diversion, recreation
de piek
the peak, highest point [not het hoogtepunt]
de portemonnee
the wallet [not de portefeuille]
slijten
to wear (out), wear down, tear [not vermoeien]
de veronderstelling
the hypothesis, supposition, assumption
het vers
the verse, stanza, poem
solliciteren
to apply, run for election [not gelden, toepassen, aanbrengen]
de kathedraal
the cathedral
de saus
the sauce
babbelen
to chat, chit-chat [not kletsen]
de knal
the bang, short loud sound, crash [de klank, het geluid, de stem]
het huiswerk
the homework
deugen
to be good, be well-behaved, be of good quality
de kapper
the hairdresser, barber
de/het omslag
1) de/het: the cover, bandage 2) de: the (sudden) change, turn
onvoorstelbaar
unimaginable, inconceivable
terzijde
aside [not opzij]
datgene
that what/which, those, that over there [not wat, diegene, degene]
de oven
the oven [not de kachel, de verwarming]
plassen
to have a pee, urinate
het pardon
the pardon, forgiveness
het woordenboek
the dictionary
de tomaat
the tomato
aansteken
to light, kindle, infect [not verlichten, opsteken]
goddelijk
divine, godlike
nimmer
never [not nooit]
samenwonen
to live together, cohabit [not leven, (be)wonen]
de map
the folder, directory (in computing) [not de folder, de portefeuille]
uzelf
yourself (formal) [not jezelf]
achterop
on the back (of), on the rear (of), behind [not op, daarop, bovenop, achterover, achteruit, achterlijk]
uithangen
to hang out, act like, behave like
verschieten
to go pale, change color, shift rapidly, fire projectiles
de tandarts
the dentist
zoal
what, the kind of things, as [not zoals]
eer
before, ere [not daarvoor, alvorens, tevoren, eerder, voor/-dien/-dat/-af/-heen/-aleer]
de kap
the hood, cap, cover
de onderwijzer
the teacher [not de docent, de leraar, de leerkracht]
het kot
the student accommodation, rudimentary building
akelig
nasty, unfriendly, unpleasant, eerie [not naar]
het hol
the hole, hollow, cavity, cargo hold [not het gat]
vermaken
to entertain, amuse [not boeien, amuseren, koesteren]
ontbijten
to have breakfast
überhaupt
anyway, at all, in the first place [not overigens, sowieso, trouwens]
telefoneren
to phone, telephone
stenen
stone, made of or related to stone or rock [not de steen, keihard]