Level 8 Level 10
Level 9

1001-1250 Academic Dutch


250 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
soortelijk
specific, particular
de berekening
the calculation, computation
ongewijzigd
unchanged, unaltered, unmodified
onderhavig
present, in discussing
de medewerking
the cooperation
basaal
basic
het hoorcollege
the lecture, discourse given before an audience
opleiden
to train, educate, instruct
promoveren
to obtain a doctorate [not poneren]
de conclusie
the conclusion
stereotiep
stereotipical
procentueel
in terms of percentage
benadrukken
to stress, to accentuate, to emphasize [not accentueren, beklemtonen]
catalogiseren
to catalogue
de vinding
the invention, idea [not de opvatting, de uitv...]
welgeteld
all-in-all, exactly counted [not welbeschouwd, vrijwel]
de kettingreactie
the chain reaction
drastisch
drastic
de sequentie
the sequence
het neveneffect
the side-effect [not het effect, de effectiviteit, de invloed]
schematisch
diagrammatic, schematic
amoreel
amoral
samenstellen
to compose, put together [not samenvatten, samenvoegen]
blootstaan
to be exposed to [not blootstellen]
het inzicht
the insight
betrekken
to involve, include, buy
congruent
congruent
de inbreng
the contribution, input
de bewerking
the revision, processing, working
de patstelling
the deadlock
relatief
relative
hooguit
at the most, at the greatest
voldoen
to meet, satisfy, suffice [not volstaan]
evenwijdig
parallel (to, with)
welbeschouwd
all things considered [not welgeteld, vrijwel]
de fluctuatie
the fluctuation [not de schommeling]
de categorie
the category
triviaal
trivial
diagnosticeren
to diagnose
periodiek
periodical [not het tijdschrift]
de onderzoeker
the researcher
kleinschalig
small-scale
terughoudend
reserved
positioneren
to position
de homogeniteit
the homogeneity
gevoelig
sensitive, tender, touchy, delicate, irritable
overschrijden
to exceed, overstep
illustreren
to illustrate
verrichten
to perform, conduct, carry out, execute, do
archiveren
to file
koppelen
to link, couple (with, to)
herhalen
to repeat [not repeteren]
standhouden
to hold out, stand up
onderscheiden
to distinguish
de microscoop
the microscope
het molecuul
the molecule
oppervlakkig
superficial, shallow
absorberen
to absorb
de afsluiting
the conclusion, closing
de decaan
the dean
opnemen
to absorb, record [not vastleggen]
tegenvallen
to be disappointing
onomstotelijk
indisputable, irrefutable [not onomkeerbaar, onomstreden]
de waarneming
the observation, perception, temporary performance of duties
perifeer
peripheral
de toevalstreffer
the chance hit
diagnostisch
diagnostic
afgerond
finished, rounded
de afkorting
the abbreviation
de serie
the series, serial
realistisch
realistic
verwerken
to process, cope with, work up, digest
de nabespreking
the subsequent discussion
meerzijdig
many-sided
adaptief
adaptive
de kennis
the knowledge, understanding; acquaintance, person one knows slightly
analyseren
to analyze
speculeren
to speculate
de afwijking
the deviance, abnormality
functioneren
to function, work, operate
functioneel
functional
de substitutie
the substitution
het contrast
the contrast
het object
the object
opsporen
to locate, track (down)
betogen
to argue, demonstrate [not demonstreren, aantonen, bewijzen]
de diversiteit
the diversity
de implementatie
the implementation
publiceren
to publish
onwerkzaam
ineffective
de literatuur
the literature
de opname
the absorption, recording
het axioma
the axiom
resulteren
to result
de proef
the test, trial [not de test]
de wijze
the way, manner, wise man
inhoudelijk
concerning content
attenderen
to draw attention to, point out [not opvallen]
de positie
the position [not de positionering, de stellingname]
de invloed
the influence, effect, impact [not het effect, de effectiviteit, het neveneffect, de impact]
de wetenschapper
the scientist
ontrafelen
to unravel
het stadium
the stage, phase [not de fase, de stage, de periode]
meedingen
to compete, rival
relevant
relevant, pertinent
uitvinden
to invent
onrealistisch
unrealistic
het curriculum
the curriculum
het feit
the fact
de figuur
the figure
het equivalent
the equivalent
het effect
the effect [not de effectiviteit, het neveneffect, de invloed]
populair
popular
de oorzaak
the cause, origin, reason
verifieerbaar
verifiable [not aantoonbar, toetsbaar]
verfijnen
to refine
de speculatie
the speculation
dankzij
owing to, thanks to
de verdeling
the division, dividing, distributing
minimaliseren
to minimize
gegarandeerd
guaranteed
complementeren
to complement
bijvoorbeeld
for example, for instance
extreem
extreme
statisch
static
het instituut
the institute, institution, foundation
circa
approximately, about, around [not grofweg, approximaal]
blijkbaar
apparently
de reeks
the series
falen
to fail
de trend
the trend, tendency, fashion, mode
melden
to report, mention, inform (of)
de simulatie
the simulation
de opgave
the task, statement, question [not de opdracht, de vraagstelling]
het beleid
the policy
relativeren
to put into perspective
het resultaat
the result
berekenen
to calculate, compute
genereren
to generate
achteruitgaan
to deteriorate, go back(wards)
wijdverspreid
widespread [not wijdverbreid]
overeenkomstig
in accordance with, corresponding [not bijbehorend]
sommeren
to sum [not optellen]
refereren
to refer
de handleiding
the manual, handbook, guideline
nagenoeg
nearly, almost
de concurrentie
the competition
halveren
to halve
operationeel
operational
de index
the index
aanpakken
to deal with
de verfijning
the refinement
afbeelden
to depict
het type
the type, model, figure
bovenliggend
dominant, parent [not bovenstaand, dominant]
het uitsluitsel
the definite answer
de instabiliteit
the instability
modelleren
to model
zich verhouden (tot)
to be in the ration, proportion of
de expertise
the expertise
de bijlage
the appendix, attachment
overig
other, remaining
de melding
the report(ing), mention(ing)
stabiliseren
to stabilize
verschuiven
to shift, move, postpone
de vaardigheid
the skill
de vraagstelling
the phrasing of the question, questioning [not de opgave, de vragenlijst]
onderbelicht
neglected, under-exposed
valide
valid [not geldig]
convergeren
to converge
de resistentie
the resistance
de achterstand
the disadvantaged position, arrears
nauwkeurig
accurate, exact, strict, precise, punctual, correct, prompt, careful, near, particular, narrow, meticulous, painstaking, nice
toepassen
to apply, use, adopt
classificeren
to classify
de piek
the peak
de gedachtegang
the line of reasoning
toetsen
to test, check [not (uit)testen, beproeven, verifiëren, narekenen, controleren, nazoeken]
objectief
objective, impartial, unbiased
de parallel
the parallel
het discontinuüm
the discontinuum
grensverleggend
ground-breaking
het adagium
the adage, adage (witty proverb)
onderstrepen
to underline
de beperking
the restriction, limitation [not de grens, de limiet]
nazoeken
to verify, check, look up [not verifiëren, narekenen, controleren, toetsen]
manipuleren
to manipulate
verkleinen
to reduce, make smaller
catastrofaal
catastrophic
het preparaat
the preparation
corrigeren
to edit, correct
achtereenvolgend
successive, consecutive
tijdrovend
time-consuming
het initiatief
the initiative
de rangschikking
the order, classification, the ranking [not de rangorde, de orde, de ordening, de sortering]
definitief
definitive, final, decisive [not bepaald]
het kenmerk
the characteristic, distinguishing quality; trait, attribute [not de kwalificatie, de eigenschap, de kwaliteit, de omschrijving]
blijken
to appear, turn out to be
oplopen
to increase, run up [not verhogen, toenemen, vergroten, vermeerderen, groeien]
adviseren
to advise
de parameter
the parameter
de verbinding
the compound, connection
weerlegbaar
refutable
de compensatie
the compensation
bevatten
to contain, comprehend
rapporteren
to report
de opleiding
the training, education [not het onderwijs]
het onderscheid
the distinction
kwantificeren
to quantify
propageren
to propagate [not uitdragen]
constant
constant(ly)
recessief
recessive
abstract
abstract
zich profileren
to distinguish oneself
overleggen
to consult, to consider, to deliberate
het filter
the filter
de herkansing
the resit, re-examination
de richtlijn
the guideline
de strategie
the strategy
de reconstructie
the reconstruction
de aanname
the assumption
optellen
to add, count, sum, sum up, tot up, total, figure up [not toevoegen, bijtellen, sommeren, samenvatten]
de term
the term
de instructie
the instruction
het orgaan
the organ
deskundig
expert (in, at), professional
de falsificatie
the falsification
de promotie
the defence of the PhD thesis, promotion
de relatie
the relationship, relation
actief
active
de wetenswaardigheid
the piece of information, thing worth knowing
de marge
the margin [not de kantlijn]
simultaan
simultaneous
de positionering
the positioning [not de positie, de stellingname]
de haalbaarheid
the feasibility
waarschijnlijk
probable, probably, likely
recent
recent
onsystematisch
unsystematic
het schema
the diagram, schedule
participeren
to participate
toelichten
to explain, throw light on
intrinsiek
intrinsic
verbinden
to connect, combine
het verband
the bandage, connection, context
de applicatie
the application [not de toepassing]
onomstreden
undisputed, uncontroversial [not onomkeerbaar, onomstotelijk]
segmenteren
to segment
narekenen
to check, count again [not controleren, nazoeken, toetsen]
vereenvoudigen
to simplify, reduce
het project
the project