Level 5 Level 7
Level 6

251-500 Academic Dutch


250 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
het programma
the program(me)
de dichtheid
the density
ongefundeerd
unfounded, ungrounded
uitgesloten
impossible, excluded
experimenteel
experimental [not proefondervindelijk]
grootschalig
large-scale, ambitious
corresponderen
to correspond [not overeenkomen]
registreren
to register [not aangeven]
huidig
current, present
jongstleden
last, most recent
destilleren
to distil
recentelijk
recently
de vragenlijst
the questionnaire [not de vraagstelling]
de vergelijking
the comparison, equation
produceren
to produce
de verhoging
the increase, rise; raising; elevation, platform; temperature, fever [not de vergroting, de toename, de groei]
de faciliteit
the facility
uitdunnen
to thin out, deplete
calculeren
to calculate
het betoog
the argument, plea
de halvering
the halving
de substantie
the substance
fluctueren
to fluctuate
de progressie
the progression
de toepasbaarheid
the applicability
de frequentie
the frequency
afkorten
to abbreviate
de claim
the claim [not de these, de stelling]
de beschikking
the decision, disposition, disposal
het symposium
the symposium
het interview
the interview
werkzaam
working, active
observeren
to observe
zich vertakken
to branch (off)
de gamma
the social sciences
de modificatie
the modification
minimaal
minimum, minimal [not miniem, minuscuul]
glashelder
crystal-clear
kunstmatig
artificial
balanceren
to balance
controleren
to check [not sturen, beheersen, narekenen, nazoeken, toetsen]
samenvoegen
to join, combine, put together [not samenstellen, samenvatten]
verwaarlozen
to neglect
het geschil
the conflict, dispute, disagreement, quarrel
duiden
to point (to), indicate
de causaliteit
the causality
de stellingname
the position, standpoint [not de opvatting, de visie, de positie, de positionering]
het supplement
the supplement
omschrijven
to describe, define [not definiëren]
de lezing
the lecture, reading
nabespreken
to discuss afterwards, talk over
claimen
to claim [not declareren]
de technologie
the technology
de wijsheid
the wisdom
bundelen
to collect, bundle
de capaciteit
the capacity, ability
het decennium
the decade
de verschuiving
the shift, postponement
de cognitie
the cognition
de premisse
the premise
massaal
massive
de introductie
the introduction
de observatie
the observation
oneigenlijk
improper, figurative
de evaluatie
the evaluation
de kwaliteit
the quality [not de kwalificatie, de eigenschap, het kenmerk]
uitsplitsen
to itemize, split up
vergroten
to enlarge, expand, increase [not vermeerderen, uitvergroten, verhogen, toenemen, oplopen, vermeerderen, groeien]
moleculair
molecular
het doctoraalexamen
the university final examination [not het proefschrift]
de appendix
the appendix
de onderbouwing
the foundations
de generalisatie
the generalization
debatteren
to debate
het traject
the path, route, section
de optie
the option
de voorwaarde
the condition, provision
de data
the data
aanscherpen
to tighten, accentuate [NL: strenger maken]
garanderen
to guarantee
omvangrijk
large, sizeable, extensive
de hoeveelheid
the quantity, amount [not het aantal, de kwantiteit, de grootheid]
symboliseren
to symbolize
sturen
to control, steer; to send [not controlleren, beheersen]
oplossen
to (dis)solve
het aspect
the aspect
de variatie
the variation
zuiver
pure, clear [not louter, puur]
de propedeuse
the foundation course
digitaal
digital
de ontwikkelaar
the creator, developer
becommentariëren
to comment (on)
compleet
complete
contrasteren
to contrast (with)
stringent
stringent, demanding strict attention to rules
de grootheid
the quantity, greatness [not de kwantiteit, de hoeveelheid, het aantal]
correleren
to correlate
eenmalig
once-only
het ontwerp
the design
uitwerken
to elaborate, work out
de paradox
the paradox
de toepassing
the application [not de applicatie]
uitrekenen
to calculate, compute, figure out
de verbetering
the improvement
de competentie
the competence
demonstreren
to demonstrate [not betogen, aantonen, bewijzen]
vooralsnog
interim, for the time being, as yet, temporarily
paradoxaal
paradoxical
beïnvloeden
to influence
de levensduur
the life span
de doctorandus
the doctorandus (title of university graduate) [not de promovendus]
de verstoring
the disturbance
gerenommeerd
reputable
het experiment
the experiment
de voorloper
the precursor, forerunner
herkennen
to recognize
de vondst
the finding, discovery
de identiteit
the identity
inductief
inductive
presteren
to perform, achieve
selectief
selective [not select]
het nulpunt
the zero point
vervangen
to replace
het aandachtspunt
the point of interest [not de interesse]
de onzuiverheid
the impurity
ondergewaardeerd
underestimated
de intensiteit
the intensity
het kwadraat
the square
innoveren
to innovate
de theorie
the theory
divergeren
to diverge
maximaliseren
to maximize
de expert
the expert
de beeldvorming
the conceptualization, imaging
volgen
to follow
het dictaat
the lecture notes
onverminderd
undiminished
de reductie
the reduction
specifiek
specific
opdelen
to subdivide
dateren
to date
de kern
the core
mondiaal
global, mondial
de wrijving
the friction [not de frictie]
markeren
to mark
bijschaven
to refine, polish [not bijstellen]
funest
fatal, disastrous
circuleren
to circulate
onnauwkeurig
inaccurate
regulier
regular [not regelmatig, standaard]
zichtbaar
visible
begeleidend
accompanying, attendant
noteren
to note (down)
principieel
fundamental, in principle
klakkeloos
unthinking; indiscriminate; groundless
de inleiding
the introduction, foreword; introductory remarks
divers
diverse, varied, different, assorted
de achtergrond
the background
ultiem
ultimate
ontwerpen
to design, draft
de innovatie
the innovation
de mentor
the mentor
het stereotype
the stereotype
de populatie
the population
inventariseren
to take stock, list, inventory
inmiddels
meanwhile
het onderzoek
the research
het procent
the percent
verspreiden
to distribute, spread
de uitwerking
the elaboration, working-out
de dimensie
the dimension
de concurrent
the competitor
doelen op
to refer to, allude to
de compilatie
the compilation
interessant
interesting [not belangwekkend, opvallend]
integreren
to integrate
baanbrekend
pioneering
de vereenvoudiging
the simplification [not de simplificatie]
reduceren
to reduce
beantwoorden
to answer, comply with
reageren
to respond, react (to)
rangschikken
to order, class, arrange (by rang) [not ordenen]
verdubbelen
to double
de inductie
the induction
de fictie
the fiction
volstaan
to suffice [not voldoen]
de variantie
the variance
aangeven
to suggest, indicate, delate, assign, register, to indicate, v. give, hand, pass, state, notify, point to, declare [not registreren, benoemen]
deelbaar
divisible
gangbaar
current, common, popular
bekend
known, familiar
uitwisselen
to exchange
de markering
the marking
ordenen
to order [not rangschikken]
voorafgaan
to precede, go before
verdedigbaar
justifiable, defensible
interdisciplinair
interdisciplinary
splitsen
to split
correct
correct
de extensie
the extension
analytisch
analytical
aspecifiek
non-specific
argumenteren
to argue
de tegenstrijdigheid
the contradiction
declareren
to claim expenses [not claim]
de koppeling
the clutch (pedal), the coupling, the link
falsifiëren
to falsify
onlangs
recently, lately
mijden
to avoid [not vermijden]
vertragen
to slow down, delay
aldus
according to [not volgens]
de respons
the response
betwijfelen
to question, doubt
asymmetrisch
asymmetric(al)
aantoonbaar
demonstrable, provable [not toetsbaar, verifieerbaar]
de visie
the view, outlook [not de opvatting, de stellingname]
de cohesie
the cohesion [not de samenhang, de samenstelling]
absoluut
absolute, absolutely
beheersbaar
manageable
technologisch
technological
de kwantiteit
the quantity [not de hoeveelheid, de grootheid, het aantal]
differentiëren
to differentiate
het alternatief
the alternative; option choice
de stabiliteit
the stability
de anomalie
the anomaly
schrappen
to cancel, delete, scrape
plausibel
plausible
spectaculair
spectacular
enkelvoudig
single, singular
bestuderen
to study, examine, investigate; observe
berokkenen
to cause (sth. bad)
ophelderen
to clarify, clear up
verzamelen
to collect, gather
de waardering
the appreciation, valuation
wegvallen
to be lost, be omitted
de steekproef
the (random) sample survey, spot check
het trefwoord
the headword, keyword
toegankelijk
accessible
temporeel
temporal
conceptueel
conceptual
het gedeelte
the part
structureren
to structure
inzichtelijk
comprehensible, transparent, clear; providing insight (into)
benodigen
to require, want, need [not vergen]
programmeren
to program
onderschatten
to underestimate
leeglopen
to (become) empty
productief
productive
creëren
to create
beslaan
to cover, take up (space or time), mist up