Level 1 Level 3
Level 2

✰ Basic Words 1-200


200 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
aanpassen
to adapt (to), adjust (to); to try on, fit on
afwijzen
to reject, refuse, decline; to not admit, turn away
associëren
to associate
bedragen
to amount to, number; (money) come to be [not nummeren]
behandelen
to handle, deal with, treat, attend to; to treat (of), discuss
benoemen
to name, appoint, assign (to), nominate [not aangeven]
beperken
to limit, restrict (to) [not begrenzen, limiteren]
bespreken
to discuss, talk about; to comment on, review; to book, reserve
bewijzen
to prove [not aantonen, betogen, demonstreren]
communiceren
to communicate
cruciaal
crucial
de aanpassing
the adaptation, adjustment (to)
de balans
the balance
de basis
the basis
de bedreiging
the threat
de benadering
the approach
de definitie
the definition [not de omschrijving]
de diagnose
the diagnosis
de factor
the factor
de formule
the formula
de functie
the function
de herhaling
the repetition, recurrence, replay, repeat
de hogeschool
the polytechnic, college
de interpretatie
the intepretation
de kans
the chance, possibility, opportunity
de kwalificatie
the qualification [not de kwaliteit, de eigenschap, het kenmerk]
de locatie
the location
de materie
the matter
de ontdekking
the discovery
de onzekerheid
the uncertainty
de oplossing
the solution
de opvatting
the view, notion, opinion [not de visie, de stellingname]
de orde
the order [not de rangschikking, de rangorde, de ordening, de opdracht, de sortering]
de organisatie
the organization
de overweging
the consideration, reason, thought
de prestatie
the achievement, performance, feat
de productie
the production
de score
the score
de selectie
the selection [not de sortering]
de snelheid
the speed, pace, tempo, swiftness, rapidity
de suggestie
the suggestion
de toename
the increase, growth [not de vergroting, de verhoging, de vermeerdering, de groei]
de uitkomst
the outcome, result
de uitzondering
the exception
de universiteit
the university
de waarschuwing
the warning; caution; reminder
de wetenschap
the science, knowledge, learning, scholarship
domineren
to dominate [not beheersen]
effectief
effective [not rendabel]
efficiënt
efficient
essentieel
essential
exact
exact
formuleren
to formulate, phrase
fundamenteel
fundamental
gebruikelijk
usual, customary, common
gelijknamig
of the same name
groeien
to grow [not vermeerderen, toenemen]
grof
rough, rude, coarse [not globaal, grofweg]
haalbaar
feasible, attainable
het budget
the budget
het concept
the concept
het debat
the debate
het element
the element
het fenomeen
the phenomenon
het herstel
the recovery; repair; restoration
het imago
the image
het model
the model
het monster
the sample, monster
het netwerk
the network
het profiel
the profile
het rapport
the report
het signaal
the signal
informeren
to inform
introduceren
to introduce, acquaint one person with another
isoleren
to isolate
merkwaardig
peculiar, noteworthy
omzetten
to convert (into), turn (into); to turn over, sell
onterecht
undeserved, unfairly
opvallend
striking, conspicuous, marked [not belangwekkend]
pleiten
to plead
raadplegen
to consult, confer with
reëel
real, actual; realistic, reasonable
soortgelijk
similar; of the same kind
technisch
technical
testen
to test [not toetsen ,beproeven, verifiëren, uit...]
theoretisch
theoretical
toevoegen
to add [not bijtellen, optellen]
uitvoeren
to carry out, export, do
universitair
university, academic
vastleggen
to record, put sth. down (in writing); tie up [not opnemen, vaststellen, bepalen]
vergelijkbaar
comparable
vergelijken
to compare
veroorzaken
to cause, bring about
verwoorden
to word, express
voormalig
former
aangeven
to suggest, indicate, delate, assign, register, to indicate, v. give, hand, pass, state, notify, point to, declare [not registreren, benoemen]
absoluut
absolute, absolutely
aldus
according to [not volgens]
beantwoorden
to answer, comply with
beïnvloeden
to influence
bekend
known, familiar
beslaan
to cover, take up (space or time), mist up
bestuderen
to study, examine, investigate; observe
betwijfelen
to question, doubt
bundelen
to collect, bundle
compleet
complete
controleren
to check [not sturen, beheersen, narekenen, nazoeken, toetsen]
correct
correct
creëren
to create
dateren
to date
de achtergrond
the background
de beschikking
the decision, disposition, disposal
de capaciteit
the capacity, ability
de concurrent
the competitor
de evaluatie
the evaluation
de expert
the expert
de frequentie
the frequency
de hoeveelheid
the quantity, amount [not het aantal, de kwantiteit, de grootheid]
de identiteit
the identity
de inleiding
the introduction, foreword; introductory remarks
de introductie
the introduction
de kern
the core
de kwaliteit
the quality
de lezing
the lecture, reading
de optie
the option
de technologie
the technology
de theorie
the theory
de toepassing
the application [not de applicatie]
de uitwerking
the elaboration, working-out
de variatie
the variation
de verbetering
the improvement
de vergelijking
the comparison, equation
de verhoging
the increase, rise; raising; elevation, platform; temperature, fever [not de vergroting, de toename, de groei]
de visie
the view, outlook [not de opvatting, de stellingname]
de vondst
the finding, discovery
de voorwaarde
the condition, provision
de waardering
the appreciation, valuation
de wijsheid
the wisdom
demonstreren
to demonstrate [not betogen, aantonen, bewijzen]
digitaal
digital
divers
diverse, varied, different, assorted
duiden
to point (to), indicate
eenmalig
once-only
garanderen
to guarantee
grootschalig
large-scale, ambitious
herkennen
to recognize
het alternatief
the alternative; option choice
het aspect
the aspect
het betoog
the argument, plea
het decennium
the decade
het experiment
the experiment
het gedeelte
the part
het interview
the interview
het onderzoek
the research
het ontwerp
the design
het procent
the percent
het programma
the program(me)
het traject
the path, route, section
huidig
current, present
inmiddels
meanwhile
integreren
to integrate
interessant
interesting [not belangwekkend, opvallend]
kunstmatig
artificial
massaal
massive
mijden
to avoid [not vermijden]
minimaal
minimum, minimal [not miniem, minuscuul]
noteren
to note (down)
observeren
to observe
omschrijven
to describe, define [not definiëren]
onderschatten
to underestimate
onlangs
recently, lately
ontwerpen
to design, draft
oplossen
to (dis)solve
presteren
to perform, achieve
produceren
to produce
reageren
to respond, react (to)
registreren
to register [not aangeven]
regulier
regular [not regelmatig, standaard]
schrappen
to cancel, delete, scrape
specifiek
specific
spectaculair
spectacular
splitsen
to split
sturen
to control, steer; to send [not controlleren, beheersen]
toegankelijk
accessible
uitrekenen
to calculate, compute, figure out
uitwerken
to elaborate, work out
ultiem
ultimate
verdubbelen
to double
vergroten
to enlarge, expand, increase [not vermeerderen, uitvergroten, verhogen, toenemen, oplopen, vermeerderen, groeien]
verspreiden
to distribute, spread
vertragen
to slow down, delay
vervangen
to replace
verwaarlozen
to neglect
verzamelen
to collect, gather
volgen
to follow
volstaan
to suffice [not voldoen]
voorafgaan
to precede, go before
vooralsnog
interim, for the time being, as yet, temporarily
wegvallen
to be lost, be omitted
werkzaam
working, active