Level 6 Level 8
Level 7

301 - 350


50 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
te hoop lopen, op elkaar afstormen
con-currō, currere, currī, cursum
hevig schudden, schokken
con-cutiō, cutere, cussī, cussum
veroordelen
con-demnō, demnāre
stichten, opbergen
con-dō, dere, didī, ditum
voorwaarde, toestand, lot
condiciō, ōnis f
bijeenbrengen, vergelijken
cōn-ferō, cōnferre, contulī, collātum
afmaken, vernietigen
cōn-ficiō, ficere, fēcī, fectum
vertrouwen
cōn-fīdō, fīdere, fīsus sum
versterken, bevestigen
cōn-firmō, firmāre
werpen, drijven, gissen
con-iciō, icere, iēcī, iectum
verbintenis, huwelijk
coniugium, i n
verbinden
con-iugō, iugāre
echtgenoot, echtgenote
coniunx, iugis f/m
medeplichtigheid, bewustzijn
cōn-scientia, ae f
medewetend, betrokken bij, zich bewust van
cōnscius, a, um
(in)schrijven, rekruteren, beschrijven
cōn-scrībō, scrībere, scrīpsī, scrīptum
eenstemmigheid, overeenstemming
cōnsēnsus, ūs m
volgen, inhalen, bereiken
cōn-sequor, sequī, secūtus sum
gaan zitten
cōn-sīdō, sīdere, sēdī, sessum
overleg, beleid, besluit, plan
cōnsilium, ī n
gaan staan, blijven staan
cōn-sistō, sistere, stitī, -
aanblik, gezicht
cōnspectus, ūs m
ontwaren
cōn-spiciō, spicere, spexī, spectum
het staat vast
cōnstat
opstellen, vaststellen, besluiten
cōn-stituō, stituere, stituī, stitūtum
zich gewennen
cōn-suēscō, suēscere, suēvī, suētum
gewoonte, vertrouwelijke omgang
cōnsuētūdō, inis f
consul
cōnsul, lis m
tot de consul behorend, oud-consul
cōnsulāris, e
het ambt van consul
cōnsulātus, ūs m
beraadslagen, raadplegen, zorgen voor
cōnsulō, cōnsulere, cōnsuluī, cōnsultum
verbruiken, opmaken, besteden
cōn-sūmō, sūmere, sūmpsī, sūmptum
verachten, van geen belang vinden
con-temnō, temnere, tempsī, temptum
zich inspannen, zich haasten, strijden
con-tendō, tendere, tendī, tentum
(bijeen) houden
con-tineō, tinēre, tinuī, tentum
aanraken
con-tingō, tingere, tigī, tāctum
het valt te beurt, het overkomt
contingit
bijeenkomst
cōntiō, ōnis f
er tegenover, daarentegen, anderzijds
contrā (adv.)
tegenover, tegen
contrā (+acc)
tegenovergesteld
contrārius, a, um
huwelijk
cō-nūbium, ī n
losscheuren, aan het wankelen brengen
con-vellō, vellere, vellī, vulsum
samenkomen, overeenkomen
con-veniō, venīre, vēnī, ventum
(om)draaien, veranderen
con-vertō, vertere, vertī, versum
ontstaan
co-orior, orīrī, ortus sum
voorraad, overvloed, gelegenheid
cōpia, ae f
troepen
cōpiae, arum, f
hart
cor, cordis n
hoorn, legerflank
cornu, ūs n