Level 5 Level 7
Level 6

251 - 300


50 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
burger
cīvis, is m/f
burgerij, staat, burgerrecht
cīvitās, ātis f
nederlaag, ramp
clādēs/clādis, is f
(ge)schreeuw
clāmor, ōris m
helder, duidelijk, beroemd, vooraanstaand
clārus, a, um
vloot
classis, is f
(af)sluiten
claudō, claudere, clausī, clausum
client, vazal
cliēns, entis m
helling
clīvus, ī m
beginnen
coepī, coepisse, coeptus
bedwingen
co-erceō, ercēre, ercuī, ercitum
bijeenkomst, vergadering
coetus, ūs m
bijeenbrengen, dwingen
cōgō, cōgere, coēgī, coāctum
denken, bedenken, zinnen op
cōgitō, cōgitāre
kennis, inzicht, onderzoek
cōgnitiō, ōnis f
leren kennen, onderzoeken, vernemen
cō-gnōscō, gnōscere, gnōvī, gnitum
vasthouden, in bedwang houden
co-hibeō, hibēre, hibuī, hibitum
cohort, (leger)afdeling
co-hors, hortis f
aansporen
co-hortor, hortārī
vereren, bebouwen, verzorgen
colō, colere, coluī, cultum
verzamelen
col-ligō, ligere, lēgī, lēctum
heuvel
collis, is m
onderhoud, gesprek
colloquium, ī n
nek
collum, ī n
vestiging in den vreemde, provinciestad
colōnia, ae f
kolonist
colōnus, ī m
kleur, tint
color, ōris m
haar, hoofdhaar
coma, ae f
metgezel, vriend, volgeling
comes, itis m/f
vergezellen, begeleiden
comitor, comitārī
konvooi, (aanvoer van) proviand
commeātus, ūs m
(gevecht) aangaan, (misdaad) begaan, toevertrouwen
com-mittō, mittere, mīsī, missum
gemak, voordeel
commodum, ī n
passend, gunstig
com-modus, a, um
gemeenschappelijk
com-mūnis, e
verwisselen, veranderen
com-mūtō, mūtāre
vergelijken, verwerven
com-parō, parāre
te weten komen, ontdekken
com-periō, perīre, perī, pertum
omarmen, grijpen, begrijpen
com-plector, plectī, plexus sum
vullen, vervullen
com-pleō, plēre, plēvī, plētum
omarming
complexus, ūs m
verscheidene, heel wat
com-plūrēs, plūra (gen. -ium)
bij elkaar plaatsen, opstellen, tot rust brengen
com-pōnō, pōnere, posuī, positum
grijpen, begrijpen
com-prehendō, prehendere, prehendī, prehēnsum
trachten
cōnor, cōnārī
wijken, weggaan, toestaan
con-cēdō, cēdere, cessī, cessum
instorten
con-cidō, cidere, cidī, -
vergadering
concilium, ī n
opnemen, zich voorstellen
con-cipiō, cipere, cēpī, ceptum
eendracht
concordia, ae f