Level 15 Level 17
Level 16

751 - 800


50 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
voortgaan, binnengaan
in-cēdō, cēdere, cessī, cessum
in brand steken
in-cendō, cendere, cendī, cēnsum
brand
incendium, i n
begin, onderneming
inceptum, i n
onkuis, onrein
incestus, a, um
vallen op, gebeuren
in-cidō, cidere, cidī, -
graveren, snijden
in-cīdō, cīdere, cīdī, cīsum
aansporen
in-citō, citāre
in-, opsluiten
in-clūdō, clūdere, clūsī, clūsum
bewonen
in-colō, colere, coluī, cultum
ongedeerd
incolumis, e
gaan liggen op, zich toeleggen op
in-cumbo, cumbere, cubui, cubitum
daarvandaan, daarna, daarom
inde (adv.)
teken, aanwijzing, aangifte
indicium, i n
leiden naar, bewegen tot
in-dūcō, dūcere, dūxī, ductum
traag, zwak
iners, gen. inertis
zijn in, zijn op
īn-sum, esse, (īn-)fuī
bewoners van de onderwereld
īnferi, orum m
lager, minder
īnferior, ius
brengen naar, bezorgen
īn-ferō, īnferre, intulī, illātum
vijandig, dreigend
īn-fēstus, a, um
aanleg, karakter, talent
ingenium, i n
reusachtig
in-gēns, gen. gentis
binnengaan, beginnen
in-gredior, gredī, gressus sum
vijand, vijandig
in-imīcus, a, um
ongunstig onrechtvaardig
in-īquus, a, um
binnengaan
in-eō, īre, iī (īvī), itum
begin
initium, i n
onrecht
iniūria, ae f
gebrek, armoede
inopia, ae f
ik zeg/zei
inquam (verb. defect.)
hij zegt/zei
inquit (verb. defect.)
volgen
īn-sequor, sequī, secūtus sum
zitten op, zitten in, bezet houden
īn-sīdō, sīdere, sēdī, sessum
hinderlaag
īnsidiae, ārum f
opvallend, bekend
īnsīgnis, e
op de hielen zitten, aandringen
īn-stō, stāre, stitī, stātūrus
instellen, oprichten, beginnen, onderwijzen
īn-stituō, stituere, stituī, stitūtum
gebruik
īnstitūtum, ī n
ordenen, voorzien van
īn-struō, struere, strūxī, strūctum
eiland
īnsula, ae f
ongedeerd, onvermoeid, fris
integer, gra, grum
bemerken, begrijpen
intel-legō, legere, lēxī
spannen, richten
in-tendō, tendere, tendī, tentum
tussen,tijdens
inter (+acc)
soms
interdum (adv.)
intussen
inter-eā (adv.)
liggen tussen, verschillen, aanwezig zijn
inter-sum, esse, fuī
het maakt verschil, het is van belang
interest
doden
inter-ficiō, ficere, fēcī, fectum