Level 2
Level 1

verba


66 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
zijn, bestaan
εἰμί
zeggen, spreken, vertellen, bedoelen
λέγω
hebben, houden, krijgen (aor.)
ἔχω
doden
κτείνω
nemen, krijgen, gevangennemen
λαμβάνω
echtgenoot, man
πόσις
zien
ὁράω
gaan, komen
ἔρχομαι
weten, kennen (perf.)
οἶδα
het is nodig, het moet
χρή + a.c.i.
schijnen, de indruk maken
δοκέω + dat.
sterven
θνῄσκω
aanbieden, geven
δίδωμι
aanschouwen, beschouwen
εἰσοράω
horen, luisteren (naar)
κλύω
baren, ter wereld brengen, voortbrengen
τίκτω
dragen, brengen
φέρω
inzien, leren kennen, weten
γιγνώσκω
geboren worden, worden, ontstaan, gebeuren, zijn (aor.)
γίγνομαι
doen, handelen
δράω
gaan, zullen gaan
εἶμι
leggen, plaatsen, zetten, instellen, maken tot
τίθημι
komen, gekomen zijn
ἥκω
handelen, doen
πράσσω
kijken naar, bekijken, overdenken
σκοπέω
blij zijn met, plezier hebben in
χαίρω + dat.
aankomen, arriveren, bereiken
ἀφικνέομαι
willen, liever willen, wensen
βούλομαι
trouwen (gunaîka)
γαμέω
huwelijk, bruiloft
γάμος
het is nodig dat, het / men moet
δεῖ +a.c.i.
offeren
θύω
noemen, roepen
καλέω
treffen, krijgen, (toevallig) zijn
κυρέω
aanwezig zijn bij, helpen
πάρειμι + dat.
vallen, zich storten
πίπτω
zeggen, spreken, beweren, ja zeggen, beamen
φημί
het is nodig, het moet
χρεών + a.c.i.
onrecht doen, onrechtvaardig (be)handelen, schuldig zijn
ἀδικέω
nemen, innemen, pakken, vangen
αἱρέω
oppakken, optillen, opheffen
αἴρω
luisteren, horen
ἀκούω + gen.
gaan, komen, lopen
βαίνω
bidden, smeken, wensen, plechtig beloven
εὔχομαι
leren, begrijpen, vernemen
μανθάνω
wonen, bewonen
οἰκέω
luisteren naar, gehoorzamen
πείθομαι + dat.
leiden, voeren, brengen
ἄγω
opheffen, vernietigen, doden
ἀναιρέω
afwezig zijn
ἄπειμι
grijpen, roven, plunderen
ἁρπάζω
kijken, zien
βλέπω
vrezen, bang zijn (perf.)
δέδοικα
eruit gooien, verdrijven, verbannen
ἐκβάλλω
vinden, ontdekken, aantreffen
εὑρίσκω
willen, bereid zijn
θέλω
gaan staan, blijven staan, halt houden
ἵσταμαι
brengen, halen, meenemen, verzorgen
κομίζω
verwerven
κτάομαι
winnen, overwinnen, overwinnaar zijn
νικάω
ophouden met, stoppen
παύομαι + gen.
durven, wagen
τολμάω
voeden, grootbrengen, onderhouden
τρέφω
tonen, laten zien
φαίνω
verstandig zijn, denken
φρονέω
doen ontstaan, laten groeien
φύω