Level 11
Level 12

alle 313 woorden >3 keer alfabetisch


310 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
vanaf, door (met pers.)
a(b)
vanaf, door (met pers.)
ab
afwezig zijn
absum
bij, naar, tot
ad
toevoegen
addo
aanwezig zijn
adsum
leeftijd
aetas
tijd, eeuwigheid
aevum
voeren, leiden, handelen
ago
bevestigen, zeggen
aio
(de) een, de ander (van twee)
alter
beide
ambo
houden van, beminnen
amo
liefde
amor
of (afh. vraag) / of... soms
an
jaar
annus
voor / tevoren, eerder
ante
water
aqua
boog
arcus,us
wapens
arma
kunst
ars
nauw, strak
artus,a-,um
ledematen (mv)
artus,us
akker, veld
arvum
maar
at
wegdragen, wegnemen
aufero
oor
auris
dageraad
aurora
goed
bonus
arm
bracchium
top, punt, spits
cacumen
Cadmus
Cadmus
vallen
cado
haar
capillus
pakken
capio
hoofd
caput
lied, gedicht
carmen
reden, (oor)zaak
causa
snel
celer
zeker
certus
hals, nek
cervix
hert
cervus
helder, beroemd
clarus
dwingen, verzamelen
cogo
verzamelen
colligo
hals, nek
collum
vereren, bebouwen
colo
metgezel
comes
(haar) kammen
como
echtgenote, echtgenoot
coniunx
hoorn
cornu,us
lichaam
corpus
menen, geloven, (toe)vertrouwen
credo
groeien, ontstaan
cresco
beschuldiging, (voorwerp van) verwijt
crimen
wanneer, toen + ind / nadat, omdat, hoewel + coni / (samen) met + abl
cum
verlangen
cupio
over, vanaf
de
godin
dea
moeten, verschuldigd zijn
debeo
god
deus
Diana
Diana
zeggen, spreken, noemen
dico
dag / termijn
dies
verwijderd zijn van, verschillend zijn
disto
geven
do
pijn, verdriet
dolor
meester
dominus
huis
domus
terwijl / als maar, mits
dum
twee
duo
ik
ego
gaan
eo
paard
equus
dus, daarom
ergo
fout, vergissing
error
en, ook
et
ook, zelfs
etiam
maken, doen
facio
bedriegen; onpers: het ontgaat (+ acc. pers.)
fallo
roem, gerucht
fama
(nood)lot
fatum
fakkel
fax
gelukkig, vruchtbaar
felix
wild beest
fera (subst.)
(ver)dragen, brengen, voeren
fero
wild, woest
ferus
vorm, gestalte
figura
beëindigen
finio
worden, gebeuren
fio
vlam
flamma
buigen, veranderen
flecto
zeggen, spreken
for
vorm, schoonheid
forma
dapper, sterk
fortis
lot, geluk
fortuna
broer
frater
vlucht
fuga
(ont)vluchten
fugio
op de vlucht jagen
fugo
vader
genitor
hebben, houden
habeo
blijven steken
haereo
kruid, gras
herba
deze, dit
hic pron
mens, man
homo
vijand
hostis
al (....meer, bij ontk.)
iam
dezelfde, hetzelfde
idem
vuur
ignis
die, dat
ille
in, op, bij + abl; in, naar + acc
in
aard, talent, verstand
ingenium
(op de voet) volgen
insequor
ondertussen
interea
vinden
invenio
zelf
ipse
woede, toorn
ira
hij, zij, het, die, dat
is
die, dat
iste
bevelen
iubeo
oordeel
iudicium
verbinden
iungo
Jupiter
Iuppiter
rechtvaardig, terecht
iustus
jongeman
iuvenis
werk, moeite
labos / labor
(boven)arm
lacertus
kwetsen, schaden
laedo
verzamelen, lezen, kiezen
lego
licht, onbelangrijk
lĕvis
glad
lēvis
verlichten
levo
plaats, gebied
loca
plaats
locus
lang
longus
spreken
loquor
licht, oog
lumen
licht
lux
groot
magnus
blijven
maneo
hand, schare
manus,us
moeder
mater
midden- / middelste
medius
lichaamsdeel, pl. ledematen
membrum
geest, verstand, gezindheid
mens
tafel
mensa
gaan, stromen
meo
onderdompelen
mergo
zuiver, echt
merus
(af)meten
metior
mijn
meus
duizend
mille
mengen
misceo
ongelukkig
miser
zenden
mitto
slechts, zojuist
modo
wijze, manier
modus
zacht
mollis
heuvel, berg
mons
bewegen
moveo
veel
multus
veranderen
muto
want
nam
vertellen
narro
geboren worden
nascor
opdat niet / dat (na vrezen/verhinderen)
ne
en niet, maar niet, ook niet
nec
ontkennen, weigeren
nego
kleinzoon, nakomeling
nepos
te groot, te veel
nimius
als niet, behalve
nisi
zwemmen
no
naam
nomen
niet
non
wij
nos
leren kennen
nosco
onze, ons
noster
markeren, bemerken
noto
naakt
nudus
geen
nullus
nu
nunc
nimf, bruid
nympha
oog
oculus
elk, ieder, alle, geheel
omnis
hulp, kracht, mv: vermogen, rijkdom
ops
wensen
opto
werk
opus
kust, zoom, rand
ora
bidden, smeken
oro
mond, gezicht
os,oris
bot, been
os,ossis
gehoorzamen
pareo
verwerven, voortbrengen
pario
deel
pars
klein
parvus
vader
pater
borst
pectus
veer
penna
door(heen), over, gedurende
per
te gronde richten, verliezen
perdo
voet
pes
streven naar, vragen (aan: a(b)), trachten te bereiken, gaan naar, aanvallen
peto
Apollo
Phoebus
Trojaan, Phrygiër
Phryx
bevallen, in de smaak vallen
placeo
meer
plus
beker
poculum
zetten, plaatsen, leggen
pono
kunnen
possum
aan het hoofd zetten van, verkiezen boven (m. dat.)
praepono
bidden
precor
eerste
primus
onmiddellijk
protinus
schaamte
pudor
jongen
puer
menen, beschouwen als
puto
vragen, zoeken
quaero
welke, wat voor een? / die, dat
qui
zeker, weliswaar, maar
quidem
wie - wat?
quis
wie/wat je maar wilt
quivis
eens, ooit
quondam
hoevaak / zovaak als
quotiens
tak
ramus
vertellen, rapporteren, terugbrengen
refero
het is van belang
refert
heerschappij
regnum
verlaten, achterlaten
relinquo
zaak, ding
res
dikwijls
saepe
omheining, tuin
saepes
pijl
sagitta
misdaad
scelus
schrijven
scribo
hij/zij (ev) / zij (mv) in AcI; zich
se
maar
sed
altijd
semper
oude man
senex
voelen, merken
sentio
volgen
sequor
(te) laat
serus
als, indien, of (in afh. vraag)
si
zo
sic
bos
silva
gelijkend op, gelijk aan
similis
tegelijk(ertijd)
simul
schoonvader
socer
gewoon zijn
soleo
strooien, werpen
spargo
zien
specto
hopen
spero
hoop
spes
staan
sto
ijver, streven
studium
naar onder / onder
sub
op zich nemen, naderen
subeo
zijn, bestaan
sum
pakken, nemen
sumo
boven op / aan de andere kant van, meer dan
super
boven-, hemels
superus
hooghouden, uithouden
sustineo
zijn, haar, hun (eigen)
suus
zwijgen
taceo
zodanig
talis
toch
tamen
aanraken
tango
zo groot, zo veel
tantus
langzaam
tardus
dak, huis
tectum
bedekken
tego
aarde
tellus
tempel
templum
proberen
tempto
tijd
tempus
(vast)houden, bezitten
teneo
aarde, land
terra
zoveel
tot
geheel
totus
jij
tu
jouw
tuus
schaduw, schim
umbra
samen met, tegelijk
una
golf, water
unda
één
unus
stad
urbs
zoals, zodra, hoe / opdat, zodat
ut
of (ook)
vel
trekken, uitrukken
vello
komen
venio
woord
verbum
(om)draaien
verto
werkelijk, echt, waar
verus
jullie
vester
voetspoor
vestigium
kleding
vestis
oud
vetus
zien
video
man
vir
deugd, moed
virtus
kracht, geweld
vis
gaan zien, bezoeken
viso
leven
vita
leven
vivo
nauwelijks
vix
willen
volo
jullie
vos
stem
vox
wond
vulnus
gelaat
vultus,us